Ik sta midden in de bibliotheek en kijk om mij heen. Zo zeg, wat een enorme ruimte. Ik zoek natuurlijk de CD-afdeling op en neus lekker tussen de schijfjes. En plotseling zie ik hem, een CD van Luv’ die ik nog niet in mijn collectie heb. Hebberigheid maakt mij meester. Snel draai ik de hoes om om te kijken welke nummer er op staan. Maar mijn teleurstelling is groot, het blijkt een cd-single te zijn en er staan slechts 4 nummers op die ik al allemaal heb. Opeens moet ik nodig plassen. Ik loop door de reusachtige ruimte op zoek naar het toilet. En dan valt het mij op, als ik om mij heen kijk zie ik alleen maar oude mensen met krukken of in een rolstoel. Eindelijk heb ik het toilet gevonden en doe de deur met een ruk op. Ik beland in een halletje met twee toilettenruimtes en beide deuren staan wijd op. Op het ene toilet zit een oud mannetje met zijn broek naar beneden op de pot. In zijn hand heeft hij zijn kunstgebit die hij driftig met een klein tandenborsteltje poetst. Naast hem staat zijn vrouw, ze kijkt me aan maar zegt geen woord. Ik kijk in de andere ruimte, daar staat een oude vrouw met een looprekje dat probeert te douchen. Shit, ik moet toch wel heel erg nodig plassen, wat moet ik toch doen. Dan herinner ik mij dat aan de andere kant van de bibliotheek nog een toiletruimte is. Ik trek een sprintje want mijn blaas geeft mij weinig respijt meer. Gelukkig deze is vrij. Bril omhoog en ik begin te plassen. Maar waar is dat heerlijk bevrijdend gevoel van het legen van een volle blaas? Ik voel niks, ik kijk nog eens naar beneden en ja hoor, ik plas… Hoe kan dat nou? Met een schrik zit ik rechtop in bed. Voorzichtig voel ik om mij heen, gelukkig mijn bed is nog droog. Maar ik moet wel nodig plassen. Met een duffe kop strompel ik naar het toilet en leeg mijn blaas. Heh, wat een opluchting. Terug op de slaapkamer kijk ik op de wakker, 6 uur. Hmmm, ik kan nog een uurtje liggen voor de wekker gaat. Eenmaal in bed denk ik na over mijn droom, het komt de laatste tijd wel vaker voor dat ik droom dat ik aan het plassen ben, gelukkig gaat het altijd net op tijd goed. Maar vandaag of morgen gaat het fout en dan wordt ons waterbed een bewaterd-bed. Misschien moet ik ’s avonds dan toch maar wat minder drinken.