En toen was er niks meer... Jaren van blog-berichten ooit geschreven, allemaal verdwenen. Als sneeuw voor de zon.. Letter voor letter met bloed, zweet en tranen (Hoe cliché, Andre Hazes) door de jaren heen getypt. En nu verdwenen, opgelost in het grote cyber luchtledige. Misschien ooit nog terug te vinden, maar nu niet de kennis of de tijd om dit te doen. Daarom, een nieuw begin.. Welkom bij het vernieuwde Jefland.

Waren jullie vroeger ook zo dol op strips? Ik weet het nog goed. Meisjes lazen de Tina met al die romantische strips en de jongens lazen de Eppo of Robbedoes. Dan waren er nog een aantal strips die door beiden gelezen werden zoals de Donald Duck. Dat waren dan de weekbladen, maar dan had je nog de echte strips zoals Trigië, Guust Flater, Kuifje, Lucky Luke en Suske en Wiske.

Vroeger, toen ik nog een klein Jefje was, gingen wij altijd op zaterdag naar mijn oma en dan kregen wij een kwartje. Ik wist precies wat ik met dat geld ging doen: op een drafje naar het einde van de straat waar de voddenman zat. Daar kon je voor 5 cent een Donald Duck kopen, dus ging ik altijd weer met 5 Duckies naar oma om vervolgens de hele middag met mijn neus in de strips te zitten. Later kwamen er ook nog andere strips bij zoals Spiderman, Superman en de X-mannen. Tijdens het overblijven op school verslond ik zelfs de Tina. Dat de andere jongens mij daarmee uitlachte kon mij niks schelen.

Nu na al die jaren zijn er eigenlijk nog maar twee strips die mij kunnen bekoren: Donald Duck en Suske en Wiske. Als ik naar de dokter of tandarts moet ga ik zelfs express wat eerder zodat ik lekker op mijn gemak de Donald Duck kan lezen. Dat sommige mensen me raar aankijken valt me geen eens op, ik zit helemaal in het verhaal en de laatste keer hoorde ik het niet eens dat ik naar binnen werd geroepen. Het verhaal was veel te leuk. Toen ik in 2001 hoorde dat er een film ging verschijnen van Suske en Wiske sprong ik bijna een gat in de lucht. Het stripverhaal “De Duistere Diamant” zou verfilmd worden, het duurde uiteindelijk tot 2004 dat hij verscheen. Van de week kreeg ik een DVD-exemplaar om te recenseren. Ik was dus helemaal in mijn sas. Gisterenavond zou ik hem lekker bekijken met Wim en Paula erbij, want ja… ook zij mochten genieten van Suske en Wiske. De film startte en ik zat helemaal klaar voor het heerlijke genieten. Nou, wat heb ik genoten!!! Niet dus! Wat een vieze tegenvaller, ik snap niet hoe iemand in staat is beroemde strip zo grondig naar de kl*te te helpen. Het zag eruit als een grote ongeïnspireerde klucht. Tante Sidonia zag eruit als een lelijke travestiet (ze wordt ook gespeeld door een man), Wiske heeft een behoorlijke bos hout voor haar deur terwijl ze in de strip echt geen borsten heeft en Lambik is zijn laatste 6 haren verloren. Bovendien werd er veel Vlaams gemurmeld zodat het geheel zeer slecht verstaanbaar is. Halverwege de film is Paula in slaap gesukkeld en ook Wim hield zijn ogen amper meer open. Terwijl de aftiteling over het scherm rolt zit ik gedesillusioneerd op de bank. Miljaar!!! zou Lambik zeggen, “Duizend bommen en granaten” zou kapitein Haddock geroepen hebben, “Kwekkwekkwekkwek” zou Donald boos snateren maar Jeffie kon er even geen woorden voor vinden.

Ik hou van winkelen. Het liefste doe ik het elke dag en dan heb ik het niet over kledingwinkels of DVD-zaken. Nee, gewoon lekker winkelen in de supermarkt. Tot voor kort deed ik namelijk de boodschappen. Heerlijk vond ik dat, lekker snuffelen in de schappen die ik stuk voor stuk inspecteerde of er nog nieuwe producten tussen stonden. Tja, een mens moet tenslotte alles proberen he. Meestal deed ik de boodschappen elke dag na het werk en dat moet je niet doen. Want elk lekker product belandde in mijn winkelwagentje Als Wim af en toe mee was zag ik hem alweer met zijn hoofd schudden… Nieuwe soort sla-dressing, hee een nieuw toetje… Die magnetron-frikandellen zijn wel heel handig. Jammie, lekker Ben & Jerry ijs. Hoppa, Jeffie gooide alles wel in het karretje. Bij de kassa was het altijd even slikken als de kassier het eindbedrag noemde. Thuisgekomen moest ik natuurlijk de boodschappen opruimen. Op een gegeven moment had ik geen ruimte meer in de kastjes die uitpuilde van de Honig-mixen, pasta’s, Knorr Wereldmixen, potten chicken-tonight en ander halfproducten. Dit ging zo niet langer. Deze winkel-hobby liep uit de hand.

De oplossing lag voor de hand. Wim werkt namelijk in een supermarkt. We besloten dus dat ik een boodschappenlijstje zou maken voor de hele week. Ik maak nu dus een menu voor de hele week, een mooi uitgebalanceerd menu met afwisselend appies/groenten, pasta en rijst. En Wim haalt vervolgens de boodschappen van zijn werk mee. En inderdaad, het scheelt. Er komt weer genoeg ruimte in de kast en bovendien scheelt het behoorlijk wat geld. Helemaal zonder winkelen kan ik niet dus op de zaterdag haal ik in ieder geval zelf het eten voor het weekend, ga lekker de markt over voor verse groenten en fruit, brood en voor de zaterdagavond wat lekkere nootjes.

Ja wel handig, een man die in een supermarkt werkt. Maar ik weet nu niet of het een zegen of een vloek is. Waarschijnlijk een vloek voor mijn koopdrift maar een zegen voor onze portemonnee.

P.S.: Volgens ons week-menu eten we vanavond tomaten-mozarella salade met krieltjes en een kip cordon bleu.

Vandaag was de dag dat ik mijn jeugdtrauma’s onder ogen zou komen. Nee, schrik niet. Het is geen wereldschokkend trauma, maar één woord staat diep in mijn herinneringen gegrift, een woord die de koude rillingen over mijn rug doen lopen. En dat woord is… Hoenderloo. Hoenderloo, een pittoresk dorpje midden in de bossen van de Veluwe. Wie kan daar nu een hekel aan hebben? nou ik! Het was 32 jaar geleden dat ik er voor het laatst ben geweest. En nu keerde ik weder.

Vroeger gingen we nooit op vakantie, het buitenland had ik nog nooit gezien en Amsterdam ontvluchtte wij zelden. Misschien hielden mij ouders niet van vakanties of hadden ze er geen geld voor. Dit alles veranderde in 1972. Want, jawel wij gingen met een bungalowtent op vakantie. Op de camping in Hoenderloo om precies te zijn. En oh joepie, joepie wat had Jeffie een plezier daar. Wij hebben maar liefst 2 jaar daar op de camping gestaan. Samen met mijn oom en tante die naast ons een tent hadden. Al snel kwam ik erachter dat kamperen echt niks voor mij is. Ten eerste viel ons meteen op dat Hoenderloo een ander woord was voor “stadje waar het altijd regende”. De regen kwam met bakken uit de lucht vallen zodat wij bijna altijd in de tent moesten blijven of we mochten naar de camping naast de onze waar een aantal flipperkasten en andere spelletjes stonden. Maar van het zwembad, dat onze camping had, hadden wij amper tot geen gebruik kunnen maken omdat je buiten het zwembad natter werd dan in het zwembad. ’s Nachts sliep je in klamme slaapzakken op een luchtbedje en ook toen was ik al constant bang dat er een of ander eng beest in mijn slaapzak was gekropen. Overdag leefde we op boterhammen met campingboter uit die blikken en daar dik bebogeen op. ’s Avonds probeerde mijn moeder nog een prakje te maken op zo’n gasstelletje. Douchen moest je in die enge ruimtes waar je een muntje in moest gooien voor heet water en dan snel douchen want voor je het wist stond je te bibberen onder een koude waterstraal.

Twee dingen zijn me nog goed bijgebleven uit Hoenderloo, het zijn ook de verhalen die nog steeds de familie doorgaan. Laat ik ze dan maar voorblijven en ze zelf maar vertellen dan hebben we dat alvast gehad. Toen wij gingen kamperen namen mijn ouders een chemisch toiletje mee, spiksplinternieuw en nog nooit gebruik maar daar zou snel verandering in komen want ik voelde een behoorlijke kramp op komen. Dus de kleine Jeffie mocht achter een zeiltje zijn behoefte doen op het chemisch toilet. Nou ja, je kan wel raden wat er dus gebeurde, de lucht in de tent was ineens zeer bedrukt en rook niet echt meer naar viooltjes. Mijn moeder probeerde het product van die vieze lucht te doden met een chemisch oplosmiddeltje, maar wat ze ook probeerde, mijn drolletje bleek bestand tegen de heftigste chemische troep. De volgende dag bleek hij nog steeds vrolijk te drijven in het blauw chemisch vocht. Het chemisch toilet werd dus nooit meer gebruikt en vanaf die tijd moesten wij dus door de noodweer naar de toiletten rennen met een closetrol onder de arm. De toekijkende medekampeerders wisten dus precies wat je ging doen. Je schaamde je rot.

Het tweede wat mij nog is bij gebleven was het tweede jaar dat we op de camping stonden. Er waren die zomer veel voetbalwedstrijden die mijn vader graag wou zien, dus had hij voor veel geld een klein tv’tje gekocht zodat hij geen wedstrijd hoefde te midden. De auto werd uitgepakt, de tv werd midden in de tent op de grond gezet. Jeffie zag de TV niet, struikelde er over en belande met zijn kont boven op de TV! Kapot….. Mijn vader zou een moord doen voor voetbal. Een moord!!! Ik slikte en maakte dat ik uit de voeten kwam en ben een paar uur (natuurlijk in de stromende regen) weggebleven. Uiteindelijk is het toch wel goed afgelopen want hey! Ik leef nog.

Nee, ik heb het niet zo op Hoenderloo, maar vandaag dus toch een kijkje genomen of het nog steeds zo erg is als in mijn herinnering. De camping was zo gevonden, ook kon ik zo nog de weg op de camping terug vinden naar vwaar we gestaan hadden. Maar er stond geen tent of kip-caravan meer op de kaping. Alles had ruimte gemaakt voor stacaravans en bungalowhuisjes. Alles onder de noemer van groot, groter, grootst. Door de een werden we met een schuin oog bekeken en door de ander hartelijk begroet, maar een ding wist ik zeker. Ik wil nooit meer op de camping! En al helemaal niet meer in Hoenderloo. Was het vroeger nog een rustiek plaatsje, nu stikte het van de toeristen en er ontstond zelfs een ware file in Hoenderloo.

Gelukkig kwamen we op de terugweg langs de Leemsterheide waar we prachtige foto’s van gemaakt hebben, hebben Wim, Paula en ik poffertjes en een ijsje gegeten en al snel waren de oude fantomen uit het verleden begraven en hebben nu een plekje gekregen, maar wat belangrijker was: Het was die dag droog in Hoenderloo.