Muziek is mijn leven. Als zolang ik mij kan heugen was ik in de weer met muziek. Op mijn derde jaar wist al ik de platenspeler van mijn oma te bedienen. Je kent ze wel, die grote kasten waarin een platenspeler zat. Helaas was het repertoire beperkt tot Mien mag ik je poesje even zien en Janus pak me nog een keer. Mijn andere oma had ook een platenspeler en haar collectie bestond uit het gehele werk van de Zangeres Zonder Naam. Gelukkig is het later nog wel goed gekomen met mijn muzikale voorkeur hoewel de ZZN altijd een speciaal plekje in mijn hart heeft. Ik kon als klein jongetje altijd heerlijk mee snotteren met die onvervalste smartlappen zoals Ach vaderlief, toe drink niet meer en Achter in het stille klooster. Wie had ooit kunnen denken dat ik 30 - 35 jaar later nog steeds in tranen kan losbarsten om een liedje. Vanavond was het weer zover. Ik had mijn mp3-collectie op shuffle gezet. En onverwachts kwam hij weer voorbij... HET nummer. Het enige nummer dat ik niet kan horen zonder in janken los te barsten. Het liedje brengt mij terug naar 1995. Mijn moeder ligt zwaar ziek in het ziekenhuis. Hier in Lelystad weten ze niet wat ze er mee aan moeten en als ze haar een paar weken hebben laten weg teren wordt ze eindelijk naar het VU overgebracht. De diagnose is al bijna dezelfde dag bekend. Lymfklierkanker. Mijn moeder is ondertussen al ernstig verzwakt. Heeft zware koorts en pijn. Toch moet ze nog een paar onderzoeken ondergaan. Pijnlijke onderzoeken. Ik moet de kamer uit en op de gang hoor ik hoe mijn moeder het uitgilt. Mijn hart draait om. Als de uiteindelijke uitslag bekend is, denkt ze niet eens aan zichzelf. Nee, haar gedachte gaan naar mij uit. Hoe moet het met mij verder als ze er niet meer is. We durven eigenlijk beiden niet erover praten, het komt toch immers allemaal weer goed? Maar het komt niet goed. Nooit meer. De koorts eist zijn tol en haar gedachten worden troebel. Ze heeft het warm, heel warm. IJs, ze wil alleen maar ijs. Maar dat mag niet van de zuster. De boom in met jullie, denk ik. Hoe kan ik mijn moeder die daar hulpeloos in dat bed ligt nou een waterijsje weigeren? Als ik weer boven kom is het waterijsje het enige dat bestaat, ze sabbelt aan het ijsje als een kleine baby.. Afkoeling... Maar lang helpt het niet en weer prevelt ze dat ze het zo warm heeft en slaat de dekens van zich af. Dat ze van onderen naakt in bed ligt heeft ze niet in de gaten. Ik kan wel janken. De dokters adviseren een zware chemokuur, die haar enige redding kan zijn. De volgende dag wordt er gestart maar mijn moeder krijgt ademhalingsproblemen en wordt in een kunstmatige coma gebracht. Maandagochtend wordt ik gebeld. Het gaat niet goed met mijn moeder, we kunnen maar beter direct komen. Mijn broer, zus, oma en ik haasten ons haar het ziekenhuis. De weg door de gangen heen lijkt eeuwig te duren. Dan komen we op de zaal. Daar ligt ze, klein en hulpeloos in dat grote bed. Om haar heen zie ik alleen maar slangetjes. Ik begin ze te tellen: 1, 2, 3... Het zijn er te veel. Uit het bed komt een raar geluid, een soort rochelen en grommen. Ze beweegt haar hoofd op en neer. Woorden schieten te kort. Ik pak haar hand beet. Ze zijn ijskoud en blauw. We worden in een kamertje geroepen bij de dokter. Deze legt uit dat het aflopende zaak is en wat wij willen. Mijn moeder heeft altijd gezegd dat ze niet wil lijden. En lijden doet ze nu zeker. Zonder te overleggen met mijn broer en zus, floep ik eruit of ze alsjeblieft hier een einde aan willen maken. Maar mijn broer heeft andere gedachte, maar voor we een meningsverschil krijgen roept de zuster ons. Het is tijd. Wij staan rond het bed, afscheid nemen gaat niet meer. Ik pak haar hand vast en zeg dat ze alles los moet laten, dat wij van haar houden en dat ze ons moet opwachten als onze tijd komt. Ondertussen is dit negen jaar geleden, maar als ik HET nummer hoor komen al die herinneringen weer terug. Herinneringen vol pijn, waar zijn die leuke herinneringen? De lol die we gehad hebben. Dat kan mij momenteel niet schelen. Ik hoor het nummer en heb verdriet. Intens verdriet... Nu het om haar gaat Rob de Nijs Ik ben nooit zo'n held geweest Bij ziekte of problemen Als het stormde om mij heen Was ik meteen verdwenen Pijn daar huiverde ik van Geen tranen op mijn schouder Ik ben god niet maar een man Geen held maar wel veel ouder Maar nu het om haar gaat Nu het om haar gaat Nu haar bed in het donker staat Is het zo dichtbij, brul ik als een leeuw in nood Wordt mijn kracht oneindig groot Voel me sterker dan de dood Nu het om haar gaat Zij heeft nooit iemand kwaad gedaan Wat wil de hemel zeggen Dat ik haar hand moet laten gaan En bloemen naar moet leggen Oh nee, ik daag de goden uit Als zij de moed opgeven Kus ik de kleur terug op haar huid Mijn armen rond haar leven Nu het om haar gaat Nu het om haar gaat Nu haar bed in het donker staat Is het zo dichtbij, grijp het licht en breng het haar Ik eis het wonder op voor haar Want God, ik kan niet zonder haar Nu het om haar gaat Brul ik als de leeuw in nood Wordt mijn kracht oneindig groot Ik ben sterker dan de dood Nu het om haar gaat Nu het om haar gaat Nu het om haar gaat Nu haar hart zo moeizaam slaat Het einde zo dichtbij