Van de week kwam er weer zo’n mevrouw aan de deur. Een collectant voor het KWF Kanker Bestrijding. Een van de goede doelen waaraan wij geven. Alleen is dit jaar de campagne ons een beetje in het verkeerde keelgat geschoten. Overal langs de weg zag je ze staan. De campagneborden met de tekst “Er is een middel tegen kanker”. Hoera! Denk je dan, eindelijk een middel tegen kanker. Je zal als terminaal kankerpatiënt maar langs een van die borden rijden. Een laatste sprank van hoop maakt zich dan meester van je lichaam, totdat je beter gaat kijken en ziet dat er eigenlijk staat “Er is geen middel tegen kanker” maar op de G liggen een paar euromuntstukken zodat deze zo goed als onzichtbaar wordt. Bah!!! Geen goede zet. Maar goed, aangezien ik toch altijd aan het KWF geef, heb ik ze voor deze keer maar vergeven en een paar euro in de collecte bus gedaan.

Zo’n 10-15 jaar geleden heb ik ook nog met de collectebus gelopen. Ik liep toen voor de Nederlandse Brandwonden Stichting. Een goed doel om je voor in te zetten dacht ik, ga maar na als je een klein brandwondje hebt opgelopen, bv. Tijdens het koken. Nou dan kan ik wel jodelen terwijl ik mijn vinger flink onder de koude kraan hou hoor! Maar goed, terug naar de collectebus. Vlak voor de collecte waren we met een hele ploeg naar de opnames gegaan van het RTL-4 programma “Prijzenslag” met mijn grote vriend (NOT!!!!) Hans Kazan. Ik had het uitstapje toen georganiseerd voor de medewerkers van Radio Lelystad en aanverwanten, vrienden etc. Met een ploeg van rond de 40 mensen vertrokken we richting Hilversum om drie opnames bij te wonen. Altijd leuk om te zien hoe TV gemaakt wordt en wie weet wordt je wel uitgekozen om naar voren te komen. We hadden dolle pret op de tribune en we keken naar de goedgeoliede machine dat op de werkvloer zich afspeelde. Het was duidelijk te merken dat ze al honderden afleveringen achter de rug hadden. Er waren al 2 afleveringen opgenomen en de derde begon. Ineens hoor ik “Kom maar naar beneden en sla je slag, Jef W……” Oh mijn God!!! Ik moest op een drafje naar beneden rennen… Op dat moment speelde er van alles door mijn hoofd. Want wat niemand wist, was dat bij het uitstappen uit de auto de knoop van mijn broek was afgesprongen. Tja, gelukkig had ik wel een riem om maar stel dat iemand het zag…. En dat voor een miljoenen publiek. Stel je voor dat ik de trap af zou rennen, mijn broek naar beneden zou zakken en ik zo van de trap af zou lazeren voor het oog van een aantal camera’s. Dat beeld zou mij mijn verdere leven achtervolgen als een slechte nachtmerrie. Je moest eens weten wat er op een kort moment door je heen kan flitsen. Op een “coole” en rustige manier kwam ik dus de trap af geschreden. Ik had mijn overhemd netjes over mijn broek heen gebloesd zodat het niet op zou vallen. En achter die balie zat ik constant aan mijn overhemd te frunniken om mijn kapotte knoop maar te camoufleren. Ik mocht zelfs nog aan het rad draaien maar redde helaas de eindronde niet. Wel ging ik naar huis met een koffiezetapparaat, een baby-speledingetje en een stapel in leer gebonden Lucky Luke’s. Jammer genoeg heb ik niet echt genoten van mijn TV-debuut, mijn gedachten lagen ergens anders, richting het midden van mijn lichaam.

 

Een paar weken later werd de aflevering uitgezonden. En laat het nu precies in de week vallen dat ik collecte moest lopen. Ik durfde echt niet naar mijzelf op TV te gaan kijken en te zien hoe ik als een debiel aan mijn overhemd zat te rukken en te friemelen. Ik besloot dus maar collecte te gaan lopen. En ik heb mij toch een partij gelachen… De gezichten van de mensen die open deden. Stel je voor: Ome Jaap en tante Truus hebben net hun appies, bloemkool en sudderlapje achter de kiezen en zitten nu heerlijk voor de buis, lekker gezellig naar Hans Kazan te kijken. RINGGG, gaat de bel. “Gut wie zou daar nu zijn” roept tante Truus nog terwijl ze naar de deur schuifelt. Ze doet de deur open en ziet dezelfde man die net nog op de buis was opeens voor haar deur staan… Ik kon precies zien wie er wel en niet naar Prijzenslag had gekeken. Als ze een wezenloze of verbaasde blik in de ogen hadden, wist ik wel hoe laat het was. Sommige geloofde hun ogen niet en keken weer terug in de kamer naar de beeldbuis en dan weer naar mij… Wel viel mij op dat ik die avond een behoorlijk centje had binnengebracht voor de Brandwonden Stichting. En zo hebben mijn 15 minutes of fame toch nog wat opgeleverd.