Vanmiddag heb ik een bezoekje gebracht aan de huisarts. Niet omdat ik daar zo graag op de thee ga, maar omdat ik al enige weken last heb van een pijnlijke keel, en vastzittend slijm tussen mijn neus en keel. Bovendien gaat dit alles gepaard met lichte koorts en een ellendig gevoel. Helaas was mijn eigen dokter op vakantie dus ik moest genoegen nemen met een vervanger. Om bij de dokter te komen moet ik met de bus. Ik kom dan langs mijn oude wijk waar ik hiervoor gewoond heb. Deze wijk, Schouw-Oost, was een zogenaamde asbest-wijk dus is de hele wijk tegen de vlakte gegaan. Ik zit in de bus en kijk naar de troosteloze open vlakte. Het geheel is al jaren omringt door een groot ijzeren hek, daar achter een stuk wild land met hoog gras en riet. Her en der staat er verdwaalde boom die afgewisseld wordt met een aantal zandbergen, afgedekt met plastic. Ik kijk erna en mijn hart huilt. 13 jaar van mijn leven heb ik hier doorgebracht. Veel is hier gebeurd. In dat huis heb ik veel meegemaakt. Heb ik mijn baan verloren, is mijn moeder overleden, heb ik mijn coming-out gehad en heb ik voor het eerst mijn Wim lief gehad. Dat behoort nu definitief tot het verleden, geen plek meer om herinneringen op te snuiven. Mijn herinneringen zijn met de grond gelijk gemaakt. Nog regelmatig droom ik over het huis. Ik zit dan midden in de verhuizing en het huis staat nog vol met spullen maar het is er tevens heel leeg. Dan moet ik onverwachts de nacht daar door brengen, maar het huis wordt belaagd door vreemde indringers, inbrekers en geesten. Kortom verwerkingsdromen. Ik zit zo diep in gedachten dat ik bijna mijn halte vergeet.

De dokter waar ik terecht kan is een stuk ouder dan mijn eigen arts. Ik vertel mijn klacht en hij kijkt in mijn neus. Eerst met dat koude ding in het ene gat, daarna in het andere. Hij kijkt mij serieus aan en ik hou mijn hart vast voor wat er gaat komen. Ik grijp bijna mijn stoel vast om het slechte nieuws in ontvangst te nemen. “Uw ene neusgat is groter dan de andere…” Het was maar goed dat ik mij had voorbereid anders was ik van mijn stoel gevallen. Mijn mond zakt open van verbazing. Ondertussen heeft hij snel een houten spateltje gepakt en duwt hem snel in mijn mond. “Zeg eens Aaaa”. De dokter heeft het euvel al gevonden…. Slijm achter in de keel. 1 minuut later sta ik buiten met een slijmoplosser en een anti-bioticakuurtje…. Het wordt tijd dat mijn dokter terugkomt.