Internet, een zeer handig medium. Twintig jaar geleden had niemand er nog van gehoord en nu bijna gemeengoed. Sommige mensen kunnen niet meer zonder. En geef nu eerlijk toe, het is makkelijk en ken veel voordelen: Snel even een mailtje naar iemand sturen, lekker chatten met je tante in Timboektoe, de laatste hit van Andre Hazes downloaden (postuum natuurlijk) of snel even opzoeken wat een tjiekie tjiekie vogeltje is. Internet helpt je wel. Daar hangen natuurlijk de nodige gevaren aan. Verslaving… verslaving aan het chatten, de spelletjes of zelfs het bezoeken van sexsites.

Vandaag wil ik even stilstaan over een ander gevaar van het internet, namelijk de anonimiteit. Dat laatste gevaar is wel het vervelendste aspect van de digitale snelweg. Heeft u kinderen en mogen zij op het internet? Ja, dat kan leuk zijn totdat uw spruit benaderd wordt door een “jongetje”of “meisje” die ineens wel heel rare vragen gaat stellen. In hun naïviteit zien de meeste kinderen daar geen kwaad in en geven makkelijk hun adres, naam etc door. Het kan nog erger, ze kunnen met het nieuw gevonden vriendje ergens afspreken en voor ze het weten staan ze tegenover een volwassen man/vrouw die uw kind likkebaardend benaderd met de tong op de schoenen en een geile blik in de ogen. Overdrijf ik? Zeker niet, het komt regelmatig voor. Tijdens het chatten blijft je tenslotte anoniem en niemand ziet dat aan de andere kant van de cyber-spiegel een volwassen vent zit met de broek al op de knieën.

Anonimiteit werkt ook als een rode lap voor de “gestoorde” mede-internetter. Als je je beschermd voelt door je anonimiteit kan je je namelijk helemaal uitleven. Wat is er dan heerlijker om andere mensen met de grond gelijk te maken? Je kan alles roepen en geen haan kraait om wat je zegt. Dat je daarmee een ander de grond in trapt? Haha, ze weten toch niet wie ik ben… Het is een mentaliteit om van te kotsen maar er zijn genoeg mensen die daar plezier uit halen. Het internet is een vrijbrief geworden om alles maar te zeggen en tonen, het slachtoffer kent je toch niet dus wat kunnen ze je maken? Dit asociale gedrag zit er al jong in. Werd je vroeger uitgescholden voor brillenjood, vuurtoren of dikzak, tegenwoordig ontvang je emails (en telefoontjes) vol met bedreigingen en beledigingen. Het slachtoffer weet je toch niet te vinden. We schreeuwen allemaal het hardst als de vrijheid van mening of privacy geschonden word. Maar zolang van deze twee grondrechten misbruik op het internet gemaakt wordt door dit tuig, mag Big Brother van mij wel meekijken.