Hoera, het is vakantieperiode in ons deel van het land. Dat was de afgelopen week goed te merken, want de straat werd steeds voller met caravans. Ze waren weer uit de mottenballen gehaald en stuk voor stuk stonden de buurmannen in de zinderende hitte hun gevangenis voor de komende weken te poetsen en schoon te maken. Ik heb het nooit zo begrepen: dan heb je een prachtige, ruime woning, die je vervolgens een paar weken inruilt voor een claustrofobisch kleine ruimte waar het doorsnee gezinnetje — pappie, mammie en twee koters — dan vertoeft.

Ze crossen half Europa door om uiteindelijk op een snikhete, overvolle camping vol Nederlanders te belanden. Dit weekend begint de sleurhuttenparade weer: duizenden en duizenden Nederlanders beginnen aan hun jaarlijkse exodus richting het zuiden. Lekker in de file met de caravan volgestouwd met aardappels, pindakaas en hagelslag, want buitenlands eten is natuurlijk taboe. Ja hoor, men gaat heerlijk op vakantie.

Sommigen zijn slim, zoals mijn buurman. Toen wij voor de eerste keer kennismaakten, vroeg hij of we geen caravan of boot in de tuin gingen zetten — een rare vraag, zeker omdat elk jaar voor een paar weken een caravan bij hém in de tuin verschijnt. Vannacht werd ik om drie uur wakker van veel kabaal. Ja hoor, buurman was aan het inpakken om de files te vermijden. En vanochtend telde onze straat inderdaad weer één caravan minder.

En zo komt er langzaam een einde aan het caravancarnaval bij ons in de straat. De rust keert weer weder.

Joomla templates by a4joomla