Als je mij vraagt wat mijn favoriete woord is, zal ik waarschijnlijk antwoorden met “Dinges”. Niet zo zeer omdat het makkelijk in de mond ligt of dat het zo mooi klinkt maar gewoon omdat het zo verdomd handig is. Ik heb namelijk een zwakke kant: Als ik moe ben kom ik amper uit mijn woorden of haal zelfs woorden door elkaar. Dan ben ik een verhaal aan het vertellen en dan kom ik gewoon niet op een woord, ach dan is Dinges een mooie oplossing. In gedachten zie ik het onderwerp helemaal voor mij of de naam van de persoon maar kan dan niet de link maken met het juiste woord. Heel vervelend. Van de week was het weer zo ver. Eenmaal per maand moet ik op mijn werk een introductieverhaaltje vertellen aan de nieuwe medewerkers over onze afdeling. Nu zit ik deze week niet lekker in mijn vel: grieperig, moe en wat down. Je kan dus wel voorstellen dat van die introductie weinig kwam. Het kwam er met horten en stoten uit en die nieuwen moeten wel gedacht hebben: wat een stuntel.

Het wordt pas echt vervelend als ik het ene woord denk en het andere woord zeg. Ik denk dan een heel normale zin gezegd te hebben maar merk dat mijn gesprekspartner mij heel raar aankijkt. Dan gaan de alarmbellen rinkelen en weet dat ik weer wat stoms gezegd hebt. Vooral namen en dagen haal ik dan heel makkelijk door elkaar.

Maar soms leiden dit soort spraakproblemen ook wel tot zeer pijnlijke momenten. Het volgende voorbeeld is mij altijd bijgebleven. Het was nog bij mijn vorige werkgever. Ik moest wat kopiëren en liep naar het kopieerapparaat Maar deze was al bezet. Een van de secretaresses stond een behoorlijke stapel papieren te kopiëren Het was een echte hittepetit, Zo’n deftige tante van achter in de 40, neus omhoog en voelde zich ver verheven boven het andere gepeupel. Ik zuchtte want ze zei dat dit zeker nog een kwartier ging duren. “Geen probleem” riep ik terug terwijl ik door de gang weer terug naar mijn kamer liep, “Geef maar een gil als je klaarkomt..” Toen ik besefte wat ik zei wist ik niet hoe snel ik met mijn rode kop naar mijn kamer terug moest rennen.

Vergelijk ik het trein reizen van 10 jaar geleden met nu dan merk je echt een groot verschil. In de tussengaande jaren hebben twee belangrijke zaken hun entree gemaakt in het treinreizen. Allereerst zijn daar de gratis krantjes Spits en Metro. Wanneer je ’s morgen de trein instapt zit bijna iedere reiziger op zijn eigen eilandje met een krant voor zijn snufferd. Metro, Metro, Metro, Spits, Metro, Spits, Spits en hier en daar een verdwaalde Telegraaf. Weg zijn de mensen die spontaan met je een gesprek aangaan. Voor de komst van deze bladen had je nog heel leuke contacten in de trein en was het af en toe echt gezellig.

Een andere spelbreker is “het mobieltje”. Bij tij en ontij zie je die krengen opduiken. Er zijn van die figuren die graag met hun nieuwe speeltje showen. Demonstratief nemen ze hun apparaat uit den broek, spelen er een beetje mee terwijl ze rondkijken of iedereen wel goed kan zien wat voor een kleine ze wel niet hebben. Want ja, de auto moet het liefst zo groot mogelijk, maar de mobiel zo compact als maar kan. Een enkeling gebruikt hun GSM als spelcomputer en mag je ongewild meegenieten van het heerlijke elektronische gepingel, nee dan kan je beter naar die onzinnige gesprekken luisteren die sommige mensen keihard in hun mobiel schreeuwen. De hele coupe kan meegenieten over wat de buurvrouw nu weer uitgespookt heeft en wat degene die dag beleefd heeft (meestal niet veel). En zo nu en wordt je getrakteerd op een aantal vette roddels over personen die je toch niet kent. Kijk de volgende keer maar eens in het rond in een overvolle trein. En wat zie je? Mensen die hun mobiel bewonderen, een SMS-duim oplopen van constant berichtjes versturen en ontvangen, mensen met hun wazige blik op oneindig voor zich uit zitten te praten (vroeger sloot je ze op, tegenwoordig krijgen ze een klein microfoontje waarin ze kunnen praten.)

Maar tegenwoordig vindt er een nieuwe rage plaats in de trein: “De Speurtocht”. Dat gaat ongeveer zo:
- (Irritant melodietje, meestal “Heb je even voor mij” van Franssie Bauer)
- Met Bert
- Waar ik ben?? Nou, hier…
- Ehhh.. even kijken. Voorin, in het eerste treinstel…
- Nee, ik zie je niet. Zwaai eens?
- Nee, ik zie je niet
- Nee, dat kan niet. Ik sta vooraan en jij bent er niet.
- Wacht nou… Blijf staan waar je bent, ik loop wel naar achteren.

En zo zie je regelmatig mensen voorbij lopen met een mobiel aan het oor, driftig op zoek naar hun gesprekspartner. Een ware speurtocht in de trein. Voorbij zijn de dagen dat je elkaar na afloop op het station tegenkwam. “Hee wat leuk, zat jij ook in de trein? Ik heb je helemaal niet gezien” Lang leve de GSM!!!

Waren jullie vroeger ook zo dol op strips? Ik weet het nog goed. Meisjes lazen de Tina met al die romantische strips en de jongens lazen de Eppo of Robbedoes. Dan waren er nog een aantal strips die door beiden gelezen werden zoals de Donald Duck. Dat waren dan de weekbladen, maar dan had je nog de echte strips zoals Trigië, Guust Flater, Kuifje, Lucky Luke en Suske en Wiske.

Vroeger, toen ik nog een klein Jefje was, gingen wij altijd op zaterdag naar mijn oma en dan kregen wij een kwartje. Ik wist precies wat ik met dat geld ging doen: op een drafje naar het einde van de straat waar de voddenman zat. Daar kon je voor 5 cent een Donald Duck kopen, dus ging ik altijd weer met 5 Duckies naar oma om vervolgens de hele middag met mijn neus in de strips te zitten. Later kwamen er ook nog andere strips bij zoals Spiderman, Superman en de X-mannen. Tijdens het overblijven op school verslond ik zelfs de Tina. Dat de andere jongens mij daarmee uitlachte kon mij niks schelen.

Nu na al die jaren zijn er eigenlijk nog maar twee strips die mij kunnen bekoren: Donald Duck en Suske en Wiske. Als ik naar de dokter of tandarts moet ga ik zelfs express wat eerder zodat ik lekker op mijn gemak de Donald Duck kan lezen. Dat sommige mensen me raar aankijken valt me geen eens op, ik zit helemaal in het verhaal en de laatste keer hoorde ik het niet eens dat ik naar binnen werd geroepen. Het verhaal was veel te leuk. Toen ik in 2001 hoorde dat er een film ging verschijnen van Suske en Wiske sprong ik bijna een gat in de lucht. Het stripverhaal “De Duistere Diamant” zou verfilmd worden, het duurde uiteindelijk tot 2004 dat hij verscheen. Van de week kreeg ik een DVD-exemplaar om te recenseren. Ik was dus helemaal in mijn sas. Gisterenavond zou ik hem lekker bekijken met Wim en Paula erbij, want ja… ook zij mochten genieten van Suske en Wiske. De film startte en ik zat helemaal klaar voor het heerlijke genieten. Nou, wat heb ik genoten!!! Niet dus! Wat een vieze tegenvaller, ik snap niet hoe iemand in staat is beroemde strip zo grondig naar de kl*te te helpen. Het zag eruit als een grote ongeïnspireerde klucht. Tante Sidonia zag eruit als een lelijke travestiet (ze wordt ook gespeeld door een man), Wiske heeft een behoorlijke bos hout voor haar deur terwijl ze in de strip echt geen borsten heeft en Lambik is zijn laatste 6 haren verloren. Bovendien werd er veel Vlaams gemurmeld zodat het geheel zeer slecht verstaanbaar is. Halverwege de film is Paula in slaap gesukkeld en ook Wim hield zijn ogen amper meer open. Terwijl de aftiteling over het scherm rolt zit ik gedesillusioneerd op de bank. Miljaar!!! zou Lambik zeggen, “Duizend bommen en granaten” zou kapitein Haddock geroepen hebben, “Kwekkwekkwekkwek” zou Donald boos snateren maar Jeffie kon er even geen woorden voor vinden.

Ik hou van winkelen. Het liefste doe ik het elke dag en dan heb ik het niet over kledingwinkels of DVD-zaken. Nee, gewoon lekker winkelen in de supermarkt. Tot voor kort deed ik namelijk de boodschappen. Heerlijk vond ik dat, lekker snuffelen in de schappen die ik stuk voor stuk inspecteerde of er nog nieuwe producten tussen stonden. Tja, een mens moet tenslotte alles proberen he. Meestal deed ik de boodschappen elke dag na het werk en dat moet je niet doen. Want elk lekker product belandde in mijn winkelwagentje Als Wim af en toe mee was zag ik hem alweer met zijn hoofd schudden… Nieuwe soort sla-dressing, hee een nieuw toetje… Die magnetron-frikandellen zijn wel heel handig. Jammie, lekker Ben & Jerry ijs. Hoppa, Jeffie gooide alles wel in het karretje. Bij de kassa was het altijd even slikken als de kassier het eindbedrag noemde. Thuisgekomen moest ik natuurlijk de boodschappen opruimen. Op een gegeven moment had ik geen ruimte meer in de kastjes die uitpuilde van de Honig-mixen, pasta’s, Knorr Wereldmixen, potten chicken-tonight en ander halfproducten. Dit ging zo niet langer. Deze winkel-hobby liep uit de hand.

De oplossing lag voor de hand. Wim werkt namelijk in een supermarkt. We besloten dus dat ik een boodschappenlijstje zou maken voor de hele week. Ik maak nu dus een menu voor de hele week, een mooi uitgebalanceerd menu met afwisselend appies/groenten, pasta en rijst. En Wim haalt vervolgens de boodschappen van zijn werk mee. En inderdaad, het scheelt. Er komt weer genoeg ruimte in de kast en bovendien scheelt het behoorlijk wat geld. Helemaal zonder winkelen kan ik niet dus op de zaterdag haal ik in ieder geval zelf het eten voor het weekend, ga lekker de markt over voor verse groenten en fruit, brood en voor de zaterdagavond wat lekkere nootjes.

Ja wel handig, een man die in een supermarkt werkt. Maar ik weet nu niet of het een zegen of een vloek is. Waarschijnlijk een vloek voor mijn koopdrift maar een zegen voor onze portemonnee.

P.S.: Volgens ons week-menu eten we vanavond tomaten-mozarella salade met krieltjes en een kip cordon bleu.