Omdat thuis zitten met dit hete weer niet echt een optie was besloten wij vandaag om er op uit te trekken. Ik vind het leuk om een uitje te plannen en Wim daarmee te verrassen. Dus had ik dit keer het Bijbels Openluchtmuseum voor ogen. Iets waar Wim al een hele tijd naar toe wil, maar dit is een van die uitjes die er eigenlijk nooit van komt. Tot vandaag dan. De afstand tussen Lelystad en Nijmegen is behoorlijk en al die tijd zit ik heerlijk koel in de auto met airco. En het Museum bevindt zich in bosrijk gebied dus voldoende schaduwplekjes om te schuilen.

Ik rij meestal op de bonnefooi en vindt snel de plek waar ik wezen moest. Ook dit keer reed ik er in een keer op af. Ik was wel de verkeerde kant van Nijmegen binnen gereden maar ach… wat langer in de koele auto was geen straf voor mij hoor!!! Het museum was behoorlijk rustig, want wie haalt het nu in zijn hoofd om met dit weer naar een museum te gaan? Het geheel is mooi opgezet. Men loopt langs een route en komt allerlei nederzettingen tegen. Een Jordaans dorp, gebedshuis, een Romeinse nederzetting en nog meer. Maar al snel kwam ik erachter dat dit soort tochtjes ondernemen met deze tropische temperaturen eigenlijk geen goed idee is. Reeds bij de eerste stop, Beth Juda voel ik dat het mis gaat. Mijn diabetes is de laatste tijd een flinke spelbreker, abnormale zweetaanvallen, droge mond, zware vermoeidheid zijn de symptomen waar ik veel last van heb, deze worden natuurlijk ook nog eens verergerd door de zon en hoge temperatuur. De hitte schijnt Wim niet te deren, hij vliegt van hot naar haar. Huisje in, huisje uit. IK heb geen puf en zoek een stukje schaduw die ik vind aan de rand van de nederzetting bij de ezelweide. Aan de andere kant van het hek staat een ezel die ook voor de hitte is gevlucht en uit staat te puffen. Ik aai het beest want tenslotte vindt ik ezels heel leuke dieren met die grote flaporen. Als hij wegloopt zie ik ineens dat hij niet aan het puffen was van de hitte, want het beest was in het bezit van een reusachtige erectie waar menig man penisnijd van zou krijgen… Ineens ben ik heel blij dat ik aan het andere kant van het hek stond… Helemaal veilig voel ik mij toch niet en zoek Wim op die ondertussen de geitjes heeft gevonden.

We lopen naar de volgende nederzetting, Karavanserai. Het fototoestel is in het bezit van Wim, en oh wat is mijnheer actief. Fotootje hier… fotootje daar…… Ik kan echt niet meer, het gaat helemaal mis. Het voelt of ik elk ogenblik mijn laatste adem kan uitblazen. “Wel lekker vroom”, denk ik nog, “wat is mooier dan te sterven in een Bijbels Museum”. Ik voel me hondsberoerd, mijn keel is gortdroog, mijn t-shirt is kletsnat en ik wil alleen maar zitten… zitten en drinken… veel drinken. Maar een kraampje langs de weg hier? Vergeet het maar! Blijkbaar hebben Bijbel-liefhebbers weinig dorst onderweg. Op een wegenkaart zie ik dat twee dorpen verder een restaurant zit, in de Romeinse Nederzetting. In de verte zie ik Wim druk in de weer om kamelen op de foto te zetten. De beesten staan rustig te poseren en Wim maakt daar dankbaar gebruik van. Ik heb niet eens meer de puf om naar hem toe te lopen en besluit in deze oude wereld gebruik te maken van de nieuwe techniek. Ik gebruik mijn GSM en vertel hem dat ik alvast doorloop naar het restaurant, hij gaat maar lekker door met foto’s maken. Ik zie hem daar wel.

Met mijn laatste krachten sjok ik naar het restaurant. Onderweg hoor ik een klein meisje tegen haar moeder zeggen: “Kijk mama, die mijnheer is in het water gevallen” Ik kijk naar beneden en ja, het had gekund. Mijn hele shirt is kletsnat. De verkoper in het restaurant zie ik ook met een scheef oog naar mijn shirt kijken. “Twee cola light…” Dat de twee glazen € 3,60 kosten kan mij niks schelen. Al waren ze € 100,= dan had ik het er nog voor over gehad. Binnen 10 seconden zijn de twee glazen leeg maar nog steeds is mijn dorst niet gestild. Ik bestel nog 1 glas cola light en een Spa rood. En ook deze koude versnaperingen glijden dankbaar door mijn keel. Als Wim later arriveert neem ik nog een glas cola light en een suikerarm sorbetijsje. Wim ziet de staat waarin ik mij bevindt en we besluiten dat het welletjes is geweest. Terug, heerlijk naar de auto met airco en zonder zwermen wespen om op de loop te gaan. Het museum is mooi maar niet met deze temperaturen, wij komen wel een andere keer terug, in december of zo!

Oh, ik haat de zomer… Echt waar, het komt uit het puntje van mijn tenen als ik ze: Ik haat de zomer. Ik haat de wespen, ik haat de muggen, ik haat mijn klamme werkplek achter het raam zonder airco, ik haat de hoge temperaturen, ik haat het t-shirt dat nat van het zweet rond mijn lichaam plakt, ik haat het lamlendige gevoel maar het meeste haat ik nog de slaaploze benauwde nachten.

Ieder jaar roep ik weer dat we een airconditioning moeten aanschaffen als ik heftig puffend op bed leg, niet in staat om maar iets te doen. Maar het komt er maar steeds niet van, maar dit keer neem ik mij voor om klaar te zijn voor het volgend jaar, gewapend met airco op slaapkamer en huiskamer.

Vannacht was het weer eens mis. Ik heb namelijk de achterlijke afwijking dat ik er niet tegen kan om warme lucht in te ademen. Dat is al een van de redenen waarom ik nooit een sauna neem. Oh, ik heb het wel enkele keren geprobeerd hoor, maar binnen een minuut ren ik in paniek naar buiten en dan niet door al het bloot en hangende vellen dat daar te zien. Nee, ik kan niet tegen warme lucht. Ik vind het al erg als ik tegen mijn dekbed, kussen of Wim adem en mijn eigen warme adem terug in mijn gezicht krijg. Maar terug naar vannacht, de slaapkamerraam stond wagenwijd open maar toch was het verschrikkelijk benauwd. Toch was ik in slaap gevallen maar na een uurtje werd ik helemaal in paniek wakker. Ik had het heel benauwd en kreeg amper adem. Het zweet gutste van mijn lichaam en ik raakte in paniek. Even dacht ik eraan om de rest van de nacht in de auto te bivakkeren. Motor en airco aan en stoel naar achteren. Uiteindelijk heb ik maar een ventilator van beneden gehaald en hem zo afstelt dat de wind vlak over ons heen woei, dat gaf wat soulaas dus heb ik de rest van de nacht redelijk geslapen.

Vandaag hou ik mij lekker kalm, maar omdat Wim vandaag moet werken en hij zijn portemonnee vergeten was (sukkel!!!) moest ik wel even boodschappen doen. Tja, veel kon ik toch niet halen. De koel-vriescombinatie is nog steeds kapot. Ik had gisteren Bosch gebeld maar er kan pas donderdag een monteur langskomen. Gisteren leek het er nog op of het vriesgedeelte nog een teken van leven gaf. De temperatuur stond op -4° maar vanmorgen stond ook deze op + 6° C. Tja, dat betekend dat we het vlees in de vries moeten opeten. Ik ga zo meteen dus 6 liter kippensoep maken, eten we vanavond shoarma en kipsate en weet ik wat nog meer… Tja, zonde om weg te gooien toch?

Maar goed, ik kom net terug van de winkels, even de markt over geweest. Lekkere verse kersen gehaald en natuurlijk een pitstop bij mijn favoriete notenbar. Ik ben verslaafd aan de cashewnoten in een knapperig korstje, maar ook de macadamia’s zijn niet te versmaden. Maar dit keer heb ik eens ouderwetse pelpinda’s gehaald en dan vanavond lekker truttig naar Jos Brink kijken terwijl hij de beelden uit de oude televisiedoos laat zien terwijl we knus op de bank apenootjes aan het doppen zijn. Ik ben zo dol op nostalgie. Vooral op die ouderwetse winters, schaatsen en kraampjes met koek en zopie… Oh, wat haat ik de zomer!

Vorige week zaten DE passagier en ik in de auto. Het was lekker weer, het zonnetje scheen, de vogeltjes floten en in de auto drong het aroma van versgemaaide gras door.
"Elke morgen leg ik een drol in de vorm van een penis "
Er viel een pijnlijke stilte. Pardon?? Ik keek opzij en daar keek mijn passagier mij verwachtingvol aan.
"Ja", ging het verder “Eerst twee kleine rondjes als de ballen en dan recht omhoog."
Tja wat zeg je daar op? “Geweldig, heb je je al ingeschreven voor het wereldkampioenschap kunstkakken?”
Nee, eigenlijk maar een ding: “Dat komt op mijn weblog”.
Mijn passagier kijkt mij verschrikt aan en dan eindigen we in een lachbui.
“Wees maar niet bang, ik zorg wel dat je anoniem blijft” stel ik de passagier gerust.

Een raar gegeven trouwens, waarom rust er nog zo’n taboe op het poepen? Het is een normaal lichamelijk proces. Iedereen doet het tenslotte, van de stratenmaker tot aan de koningin. Maar wat er daar achter die toiletdeur gebeurt blijft een groot geheim voor anderen. En waarom? Iedereen zegt “Ik heb zo heerlijk gegeten” maar ik hoor niemand zeggen “Ik heb zo heerlijk gepoept” terwijl het eerst het beginproduct is en het ander het eindproduct. En er valt zo veel te vertellen over dat toilet-bezoek. De ene is er binnen een poep en een scheet weer vanaf terwijl de ander er een relaxmoment van maakt. Ik ken zelfs iemand die muziek op het toilet heeft, zodra je het lichtknopje omgooit komen de zoet gevoosde klanken je al tegemoet en het toilet hangt er vol met leesvoer. Een vriend van ons had zijn toilet zelfs helemaal veranderd in een mini-Land van Laaf. En dan hebben we het nog niet eens over de medische achtergrond. De een heeft weer van die harde konijnenkeutels terwijl het er bij een ander weer uitspuit. Jantje gaat slechts een keer in de 4 dagen terwijl Pietje de hele dag de pot op kan.

De opmerking van mijn passagier maakte trouwens wel wat los want al snel praten we over de voorkeur voor een toilet met plateau of zo’n een waar je hoop meteen in het water valt. Tja, alletwee hebben hun nadeel, daar komen we achter. Als je een heeeeeel grote hoop moet heb je kans dat het plateau vol poept en de gevolgen zijn niet prettig, maar aan de andere kant heb je altijd de kans op een natte kont door opspattend water bij een wc zonder plateau. Het wordt nog een heel leuk gesprek over een niet allerdaags onderwerp. Eindelijk kan ik mijn eigen toilet-perikelen ongegeneerd met een ander delen. Wat een bevrijding! Zelf heb ik natuurlijk ook een “toilet-afwijking”. Ik ben namelijk nogal erg toilet vast. Ik ga absoluut niet op een vreemd toilet zitten en beperkt mijn toilet-territorium slechts tot een paar toiletten waarop ik ga zitten. Als ik bij een ander ben en ik voel een aandrang opkomen ga ik resoluut naar huis. En dat levert nogal wat nijpende momenten op want hoe dichter ik bij huis kom, des de heftiger wordt de kramp. Gelukkig gaat het meestal goed en een zucht van verlichting klinkt als ik op mijn eigen toilet zit. Oost West, de toilet thuis is toch het best.

Toch lijkt het alsof het taboe rond het toiletbezoek doorbroken wordt. Op de BBQ vorige week kwam het onderwerp op een gegeven moment ook op het poepen en vanmorgen in de trein ving ik ook een flard van een gesprek over dit onderwerp op. Zucht… Welke taboes blijven er nog over?

Vergeet even de overlast van wespen, muggen, mieren, bijen, hommels en ander gespuis. Thuis hebben wij te maken met een nieuwe plaag. Wij hebben namelijk last van Gremlins. Je kent ze wel, die onzichtbare monstertjes die de hele dag aan nippeltjes, moertjes, boutjes, transistortjes en andere technische zaken zitten te knagen en alles kapot maken. Eigenlijk hebben we er al langer last van. Iedereen op de televisie ziet er sinds enige tijd uit als de Hulk met een mooi groen velletje, ook de lagers van de auto hadden het begeven en een paar weken geleden konden we zwemmen in ons waterbed. Maar sinds gisteren maken die Gremlins het wel heel erg bont. Bij thuiskomst bleek de koelkast kuren te hebben. De temperatuur van het koelgedeelte liep behoorlijk op en stond vanmorgen al op + 16° Celcius. Ook van het vriesgedeelte zag ik de temperatuur oplopen, van –18° naar –12° en alleen in de supervries-stand weet hij zijn temperatuur nog te behouden. Dat is flink balen dus… Maar ook Wim had gisteren last van die vervelende Gremlins want toen hij van zijn werk wilde wegrijden deed de auto helemaal niks meer. De ANWB gebeld en het bleek dus dat de accu het begeven had. Vandaag dus eerst een nieuwe accu halen. Het wordt hoog tijd om wat aan die Gremlins te doen. Ik zou dus de verdelgingsdienst kunnen bellen. “Hallo mijnheer, kunt u hier direct komen. Wij hebben een ernstig geval van overlast door Gremlins.” Ja, ze zien me al aankomen. Toch is het altijd heel frappant, als er een ding kapot gaat volgen er meer en dat heb ik gisteren wel gemerkt. Dat wordt weer een duur maandje als de koelkast de geest heeft gegeven en we ook een nieuwe accu moeten kopen. Misschien moet ik wel een rekeningnummer openen voor “Slachtoffers van Gremlin-geweld”