Vanmorgen zat ik weer helemaal in mijn oude stramien van slapen, werken, vanavond weer naar huis gaan, eten, slapen… etc. Nog een weekje en dan heb ik gelukkig een weekje vakantie.   Met een slaperig hoofd pakte ik een van de laatste Metro’s uit de bak. Ik moest een beetje doorlopen want ik was wat aan de late kant en had nog anderhalf minuut voor de trein zijn fluitsignaal zou geven en van Station Lelystad zou vertrekken. Ik settelde mij op mijn favoriete plekje, het klapstoeltje op de bovenste verdieping van de dubbeldekker. De Metro was vandaag vrij dun en stond bovendien gevuld met flutnieuws dus die had ik binnen no-time aan de kant gelegd.   Ik tuurde wat naar buiten en mijn gedachten vlogen alle kanten op. Plotseling viel het mij op, er zaten verfspetters op het raam. Mooie donkerrode verf… Maar het duurde even voor het kwartje viel. Dit was geen verf, aan de kleur en het patroon van de spetters te zien moest dit opgedroogd bloed zijn. Waar kwam dit vandaan? Dit was zeker niet van een zelfmoord-konijn dat een aanloopje nam, hoog met de trein in aanraking kwam en er van mijnheertje Langoor niets meer overbleef van een bloedvlek en dwarrelende pluisjes. Nee, dat kon het niet zijn. Het moest een vogel zijn geweest. "Vanmorgen vloog ze nog", was het eerst wat er bij mij opkwam. Het was vast een jong vogeltje geweest, nog maar net een paar dagen uit het nest. "pas je goed op met oversteken", had mama Vogel nog getjilpt. "Ja mam" tjilpte het jong verveeld terug. U weet hoe het gaat. "Zoals de ouders zongen, zo piepen de jongen" gaat helaas niet op voor uitvliegend kroost. De jonge Vogel vloog heerlijk door het open land, over akkers, langs wegen, langs het spoor, langs…. Flatsj.. Tegen het gevaarte dat met 140 km/sec. voorbij zoefde. Veel zal hij er niet van gevoeld hebben en het rood van zijn bloed vermengde zich met het hippe geel en blauw van de trein… Vanmorgen vloog ze nog! Ja, de trein is een wreed vervoersmiddel.

Vandaag moest een dag worden van lol en plezier. Dan heb je mazzel dat je dicht bij een pretpark woont en ook in het bezit bent van een seizoenspas. Dus, zus en gezin opgetrommeld en met zijn vijven richting Veluwemeer vertrokken, naar Six Flags. Het weer was niet echt geweldig. Het zonnetje bleef weg en de lucht zag er wat deprimerend en grauw uit. Niet echt het weer waarbij half Nederland lekker in het pretpark hangt. Dat viel bij aankomst best wel tegen. Het was redelijk druk op de parkeerplaats, dus moesten we een eindje lopen naar de entree. Binnenkomen bij Six Flags is bijna al een attractie op zich, want bij de entree staat die oude man die van de kaartjes controleren al een hele show maakt. Altijd heel grappig hoe hij de mensen in de maling neemt. Ook mijn pas wordt overdreven uitvoerig gecontroleerd, maar voor de rest worden met mij geen geintjes uitgehaald.   Dit zou best wel eens het laatste jaar kunnen zijn dat wij voor een habbekrats een seizoenspas kunnen kopen, want het park is onlangs verkocht aan een ander bedrijf. Alle Six Flags parken in Europa trouwens, met uitzondering van die ene bij Barcelona. Op het internet gaan al een aantal geruchten de ronde hoe het nieuwe park gaat heten. Ik heb trouwens een goede en toepasselijke naam gevonden, Six Wesps. Wat namelijk een leuk uitje in het pretpark moest worden werd in werkelijkheid bijna een nachtmerrie. Het park was vergeven van de wespen. Het leek ook bijna een scène uit een oude horror-film. Overal om mij heen zag ik mensen om zich heen slaan of op de loop gaan voor die beesten. Vooral in de buurt bij de afvalbakken was het raak, tientallen van de beesten zwermde in en uit de bakken. Zelf ben ik ook als de dood voor die beesten, net zoals mijn zus, zwager en nichtje. Regelmatig trokken wij een spurtje, maar deze zwart-gele belagers waren zeer volhardend en zette de achtervolging in, landde op je hoofd of vlogen tegen je neus aan. Prettig is anders.   Wij probeerde onze zinnen te verzetten in El Rio Grande, je kent ze wel. Die bakjes op luchtkussen waarbij je een “woeste rivier” afvaart en heel hard lacht als iemand anders nat wordt. Ik ben hier al menige malen in geweest en de woeste rivier stond altijd garant voor veel leedvermaak. En ach, als ik zelf nat werd kon ik er ook wel om lachen. Maar dit keer verliep alles anders. Er stond namelijk een zeer jong en ambitieus opzichtertje die de bakjes volpropte met de volle 8 personen of de mensen het wilde of niet. Dus ongevraagd kregen ook wij 3 vreemde mensen in onze bakjes. Zo’n band bestaat uit vier bakjes voor 2 personen. Nu ben ik vrij lang en redelijk breed en de bakjes uiterst krap, dus zat ik opgepropt in het bakje naast een wild vreemde. Okay, daar gingen wij, van de glijbaan af richting de woest kolkende river. Van wat er toen gebeurde schrok ik mij wild. Het bakje van mijn zus maakte bij het te water gaan zo’n diepe duik in het water, dat een deel van haar bakje onder water verdween en het water kolkte naar beneden. Even had ik het gevoel of we gelijk de Titanic naar de bodem zouden zinken terwijl Celine Dion vanaf de oeverkant “My heart will go on” zou kwelen. Gelukkig kwam het bakje weer boven water, maar mijn zus en de vreemde meneer in haar bakje hadden dus een de schrik van hun leven en waren vanaf hun middel zeiknat. Het was duidelijk dat de luchtkussens wel wat meer lucht kon gebruiken. Want onderweg werd regelmatig veel water geschept. Wij kwamen dus allemaal met een kletsnatte broek en behoorlijk geschrokken uit de bakjes. Wij hadden het volkomen gehad, met natte broek en een kolonie wespen in ons kielzog vertrokken wij uit Six Flags. Voorlopig heb ik wel weer genoeg “plezier” gehad.

Ik zie ballen!!! Gele, groene, gele, blauwe en witte. Ik doe mijn ogen dicht en zie ze in een rijtje voorbij schuiven. Jawel, sinds een aantal weken zijn wij hier verslaafd aan een computertje spelletje.Zuma is de naam. De bedoeling van het spel is om een rijtje van ballen die in bepaald traject volgt weg te schieten, voor deze het einde bereikt. De ballen hebben verschillende kleuren en ze verdwijnen alleen als er drie van op een rijtje liggen.   Vroeger had ik de computer lekker voor mij alleen, de computer hoeft voor Wim niet zo heel erg. Maar dit spelletje vindt hij heel leuk en dat is balen want vaak is de computer nu “bezet”. En met een schuin oog kijk ik af en toe of Wim niet naar het toilet moet of zo, zodat ik snel zijn plekje kan innemen onder het mom van “weggegaan is plaats vergaan.” Ondertussen zijn we beiden ervaren Zuma-spelers, maar op een gegeven moment zaten we beiden vast op een rot-level, level 9. Zeer frustrerend! Van de week stond ik in de keuken, toen er een schreeuw uit de huiskamer kwam. Wim was voorbij level 9, voorbij level 10, voorbij level 11. Als een boer met kiespijn heb ik hem gefeliciteerd, maar van binnen zat ik mij te verbijten.  Nu kan ik heel goed tegen mij verlies, maar normaal ben ik degene die altijd wint met computerspelletjes. En nu ben ik verslagen door…. Een digibeet… Het is toch te zot voor woorden. Vandaag moest Wim werken. De computer was dus lekker voor mij alleen. Vanmiddag ging ik er even goed voor zitten… Verstand op nul en geheel geconcentreerd stortte ik mij op de ballen. Level 9-1, 9-2, 9-3, 9-4, 9-5… en weer af…. Dit is toch ongelofelijk… Woest klik ik het spelletje weg en net op dat moment gaat de telefoon. Wim aan de andere kant. Op een sarcastische toon: “Wil het een beetje lukken met Zuma”? Hoe krijgt die jongen het toch voor elkaar, is hij telepathisch of zo? Ik besluit om niet te rusten voor ik voorbij level 9 ben. Met het zweet op mijn voorhoofd tuur ik naar het scherm en zie de ballen voorbij komen. Met vaste hand doorloop ik de levels… 9-7, ik zit nu de laatste ronde van level 9 en heb geen levens meer… Mijn hart zit in mijn keel, ik moet het.. ik moet het… JJJJJAAAAAAA!!! Yes, yes, yes… Ik ben blijer dan een kind. Het lijkt verdorie wel of ik het Asteken goud van (Monte)zuma heb gewonnen. Ik geef toe, ik ben een klein beetje verslaafd… maar voorbij level 9.

Het is kwart voor acht. Na drie dagen ziektewet is voor mij de tijd weer aangebroken om aan de arbeid te gaan. Ik kijk nogmaals op de klok. De hoogste tijd voor mij om weg te gaan anders mis ik mijn bus. Met een klap zwaait de deur achter mij dicht. Ik kijk de straat in, de colonne caravans die van de week in de straat stonden zijn nu bijna allemaal weg. Ik loop mijn straat uit. En opeens valt mij op hoe rustig het is. Geen huispappie’s die op die drempel hun vrouw een kusje geven, het kind braaf op het hoofdje klopt om vervolgens met een spurt de woonwijk uit te rijden. Geen fietsende kinderen die nog snel door moeten trappen omdat ze anders te laat op school komen. Ik ben alleen, helemaal alleen. En ineens heb ik het idee dat ik mij in een slechte horrorfilm bevind, je kent ze wel. Waarbij de hele bevolking is opgegeten door zombies, waardoor jij de enige overlevende bent en achter elk hoekje zo’n vleesverscheurend lijk staat in verre staat van ontbinding klaar om je met huid en haar te verslinden. Ik kom aan bij de hoek van de straat, onwillekeurig kijk ik toch eerst voorzichtig om het hoekje, maar daar is het ook al leeg. In de verte doemt de bushalte al op. In de bus ben ik de enige passagier. Ja, vind je het vreemd? Half Nederland is, al dan niet met caravan, op zoek naar de zon en zit nu bruin te bakken aan de Cote de Weetikveel. Ook bij het station is het rustig, in de trein heeft de kudde schoolgaande kinderen plaats gemaakt voor een stelletje dagjesmensen. Vooral opvallend veel ouderen. Vertrekken we in Lelystad nog met een half lege trein, tijdens de haltes in Almere vult de trein zich behoorlijk. Kennelijk wonen in Almere de bikkels die wel gewoon naar hun werk moeten. Ik zit prinsheerlijk op mijn klapstoeltje op de eerste verdieping van de dubbeldekker en kijk neer op de mensen die op het balkon staan. Lekker ongegeneerd mensen kijken maar bij halte Diemen-Zuid moet ik er alweer uit. Als een mak schaap laat ik mij met de kudde meedrijven naar de kantoren die al voor onze ogen opdoemen, klaar voor weer een dag arbeid. Ik wil ook met vakantie!