Het lijkt wel of alles in het teken van het wandelen staat. Vandaag is het de laatste dag van de Vierdaagse van Nijmegen, wat elk jaar weer een grote happening is. Als het goed is worden vandaag ruim 40.000 wandelaars feestelijk onthaald bij de finish met bloemen en andere traktaties. Ook zijn er in Nijmegen genoeg mensen die het lopen voor lief nemen en zich alleen storten in het feestgedruis of zich te goed doen aan het bier en hamburgers. Wat minder bekend is de Strand Zesdaagse die volgende week van start gaat. Zo’n 1000 mensen lopen langs het strand van Hoek van Holland naar Den Helder en zullen ’s nachts overnachten in tentjes. Een van die wandelaars is Wim, die samen met zijn oom aan dit sportief evenement gaat deelnemen. De voorbereidingen zijn al in volle gang. Een tijd terug heeft hij goede loopschoenen gekocht en uitgelopen, ook speciale wandelsokken zijn aangeschaft en ook is die gek enige weken geleden van Lelystad naar Almere gelopen (tussen de 20 en 30 km.). En dan is daar natuurlijk ook Paula, zoals ik in een eerder log al vermeldde is zij elke dinsdag de pineut om een eind met Wim te gaan lopen. Ze nemen dan de digitale camera mee en komen terug met de wildste verhalen en prachtige foto’s. Omdat Wim dinsdag moest werken is Paula gisteren langsgekomen om een stuk met Wim te gaan lopen. Dit keer gingen ze niet met de auto maar vertrokken ze vanaf ons huis. Nu is de combinatie Wim en Paula geen gelukkige. Wim loopt graag lange afstanden in een behoorlijk tempo en dat is niks voor Paula die met haar korte pootjes driftig de pas erin probeert te houden. Bovendien heeft Paula de onhebbelijke eigenschap om te verdwalen. Als ze dat nu nog in haar uppie doet, allee… Maar het probleem is dat ze anderen ook meesleurt in haar verderf. Voorbeeld, Met Wim’s vrijgezellenfeest moest ze hem naar Volendam loodsen, maar ze belandde midden op Schiphol, Ze zou met een collega naar een concert in Utrecht gaan, Paula wist de weg wel. Resultaat? Ze kwamen 3 kwartier te laat. Maar het hoogtepunt was wel Denemarken. We hadden met 12 man een huisje gehuurd nabij Silkeborg, een prachtig bosrijk gebied. We zaten aan de rand van het bos en de sleutelbeheerder had ons op het hart gedrukt om niet het bos in te gaan want het jachtseizoen was begonnen. En het klopte want regelmatig klonken er in de verte schoten. Op een avond besloten Wim en Paula samen nog een klein stukje te gaan wandelen. Maar ze zouden met een kwartiertje terug zijn, net op tijd voor de koffie. Het werd een half uur, een uur, twee uur, drie uur en nog steeds geen Wim en Paula. De achterblijvers in het huis begonnen behoorlijk ongerust te worden. Het duurde niet lang meer voor het donker zou worden en wij zaten in een zeer afgelegen gebied zonder enige verlichting. Bovendien was het de eerste keer dat wij er waren en wisten er heg noch steg. De sukkels hadden ook hun papieren en mobieltje niet bij hun. Dus werd er door ons een reddingsoperatie op touw gezet. De verschillende auto’s vlogen uit in alle richtingen om maar een glimp van Wim en Paula op te vangen. Maar wat we ook zagen, geen Wim en Paula. Op zulke momenten gaat mijn fantasie de vrije loop. Ik zag ze al door het bos rennen, achtervolgd door een schare jagers die in de schemering hen voor een stel herten aanzag. Ze zouden aangeschoten worden en op de grond zouden ze kermend mijn naam roepen. Mijn bezorgdheid ging over in woede. "Oh wacht maar, als ze thuis zijn. Ik zal ze…" En ja hoor, daar kwam duo Jut en Jul aangelopen vol met verhalen. Ze waren inderdaad het bos ingelopen, de verbodsborden hadden ze natuurlijk niet gezien. Na een tijdje gebeurde het. Paula wist de weg terug wel… (Ik hoor het je nu denken: Wim luister niet…) Wim dacht links af en Paula wist het zeker… Rechtsaf. En die sukkel ging dus met Paula mee. Fout, helemaal fout. Ze liepen steeds dieper het bos in en kwamen uiteindelijk aan een andere kant van het bos uit, ver van het huis. Gelukkig kregen ze een lift, van een jager nog wel… Dit verhaal zullen ze tot hun dood aan moeten horen… Gisteren was het trouwens weer zo ver. Wim had al een route uitgestippeld, maar dat was te lang voor Paula en ze wist wel een kortere route. Je voelt het natuurlijk al aankomen. Het tweetal belande in een wildernis tussen de brandnetels en hoge distels. Ondertussen begon ik thuis alweer ongerust te worden. Het tweetal was al twee uur onderweg dus ik besloot te bellen. Ik kreeg Paula aan de telefoon die er amper een woord uit kreeg. Wat zielig gekreun en een paar onsamenhangende lettergrepen was het enige wat ik hoorde. Wim nam de telefoon over en vertelde wat er gebeurd was en of ik ze kon halen. Ze stonden op dat moment op een heuvel van zo’n 8 meter en moesten naar beneden. Helaas heeft Paula hoogtevrees en durfde geen stap meer te zetten. Het kon dus nog wel even duren. Ik reed alvast die kant op en na 10 minuten zag ik ze in de verte aankomen. Het leek of elke stap van Paula haar laatste zou zijn. Haar tasje bungelde slap in haar hand, d’r haar leek ontploft, mascara doorgelopen van de tranen en haar gezicht sprak boekdelen. Ik kon niks anders doen dan lachen, hard lachen. Paula lachte mee, als een boer met kiespijn. Van dichtbij was de schade goed te zien want ze zaten onder de bulten en uitslag van de brandnetels. Echt een wandeling om nooit te vergeten, de versie van Paula vindt je hier. Toch zit er een moraal aan dit verhaal: Als Paula ooit je de weg wijst, luister niet, ren hard de andere kant op. Dan komt alles wel goed.

Het is vakantietijd en dat is te merken. Elke dag bij het instappen van de trein struikel je bijna over al die hutkoffers en de bijbehorende vakantiegangers. Vanmorgen was het weer eens zover. Ik zat rustig mijn krant te lezen toen ze instapten: Vader, moeder en 3 kinderen, begeleidt door oma en opa die het gezinnetje zouden uitzwaaien. Maar liefst 4 grote koffers, twee kleine en wat handbagage werden de trein met veel pijn en moeite ingesjouwd. Ik sloeg het tafereel half verschuilend achter mijn krant gade. De vader was het type bierbuik met een te kort t-shirt, ontevreden gezicht en duidelijk de baas in huis. Moeder daarentegen was mager, met een vaal en lang gezicht en ging gekleed in een eng jurkje met bloemetjesmotief. De 3 jengelende kinderen waren het type dat met gemak het bloed onder je nagels vandaan kon halen. Oma en opa waren het stille type. Moeder begon de koffers al naar de klapstoeltjes op het balkon te sjouwen. De man keek niet op of om, pakte een koffer en stond al halverwege de trap. "Jan, zullen we de koffers hier zetten?" piepte de vrouw. Woest keek Jan om. "Dan hebben wij er geen overzicht op" bromde hij. Het was duidelijk dat hij niet bij de koffers wou gaan zitten, hij had een duur kaartje naar Schiphol gekocht en nam duidelijk geen genoegen met "slechts" een klapstoeltje. Hij kwam met de koffer weer terug. "Dan moet we naar hiernaast" klonk het zo hard dat iedereen het kon verstaan. "Maar waarom nou?" "Je moet luisteren wat ik zeg. We moeten naar hiernaast. Pak verdomme die koffers op." snauwde Jan haar toe. "Je hoeft me niet zo af te bekken hoor", stribbelde ze nog een beetje tegen en het gezelschap verdween naar de aangrenzende wagon. Mijn aandacht was weer terug bij mijn krantje. Maar 2 minuten later stonden ze weer op "mijn" balkon. Blijkbaar had Jan zich vergist want zijn gezicht stond op onweer en op het gezicht van de vrouw zag ik een verborgen lachje. Maar Jan was niet van plan om op het balkon plaats te nemen en sjouwde alle koffers naar boven. Asociaal als hij was werden ze geparkeerd op 2 banken omdat er in het gangpad onvoldoende ruimte was. "Zal je dat nou wel doen, Jan", vroeg de vrouw voorzichtig. Jan hield zijn mond. Toen deed ook opa een duit in het zakje. "Je krijgt nooit op tijd al die koffers uit de trein op Schiphol." Jan perste zijn lippen op elkaar terwijl hij de laatste tas naar boven droeg. Hij moest en zou een goede zitplaats hebben en fuck de rest. Opa en oma nam afscheid van het gezinnetje. "Doen jullie de groeten in Canada?" "Ja ma, dat zullen we doen"… Het was vlak voor station Weesp toen ik Jan weer langs zag lopen met een koffer. Hij liep richting klapstoeltjes op het balkon. Nu waren de krukjes allemaal bezet, maar hij sommeerde een vrouw om weg omdat hij daar met de koffers moest zitten. De dame ging ook nog zonder enige vorm van commentaar. Al snel bleek waarom Jan van gedachten was gewisseld. De conductrice had hem verteld de koffers op het balkon te plaatsen. Ik genoot, koffer na koffer werd weer naar het balkon gesleept. Het luie zweet parelde het zwijn van zijn voorhoofd. Daar zat Jan dan alleen op zijn klapstoeltje, omgeven door koffers. Zijn gezicht stond op onweer. Uiterlijk lachte ik hem vriendelijk toe, maar van binnen lachte ik hem hard uit. Ik wist dat zijn vrouw nu even rust had en zich kon voorbereiden op een paar zware uren, opgesloten in het vliegtuig naast Jan.

Dinsdag is Pauladag. Dat is begonnen toen wij met z’n drieen besloten om wekelijks te gaan zwemmen om zo onze conditie te gaan verbeteren. Dat heb we een hele lange tijd gedaan totdat het zwembad besloot om mee te doen aan een nieuwe rage. Helaas waren de vaste zwemmers niet van te voren ingelicht. Dus op een gegeven moment zaten we lekker een beetje te poedelen en te zwemmen toen er ineens allemaal fietsen het water in werden gedonderd. Ik wou nog zeggen "He, dit zijn geen Amsterdamse grachten hoor!" maar te laat. Een badmeester sprong in het water, zette de fietsen op een rijtje en zeker de helft van het zwembad werd afgezet. Alle aanwezigen in het zwembad stroomde nieuwsgierig toe om te kijken wat er aan de hand was. Het bleek te gaan om aqua-spinning, een duur woord voor home-trainen onder water. De 20 deelnemers namen "ons" zwembad over en werden aan de kant begeleidt door zo’n huppeltrutje met zo’n microfoontje . Deze was aangesloten op een pittige versterker zodat haar schreeuwende aanwijzigen vet aangezet metaerobic-muziek, door het hele zwedbad golfde. Bah, voor ons was de lol eraf. Bij navraag bleek dat het aquaspinnen elke avond was. Dag zwemavond… Maar ondertussen heeft de dinsdag een nieuwe invullig. Wim en Paula gaan lekker wandelen en foto’tjes maken terwijl ik thuis blijf en als een braaf huismannetje voor het eten zorg. Daarna vleien wij ons op onze loungebank om lekker een DVD’tje te kijken. In juni ben ik 40 geworden en als verjaardagskado (en verlaat 40 jaars kado voor Wim) hebben wij een lang weekend Eurodisney samen met Paula en Gerard gehad. Tja, wat zeg je dan als je zo’n cadeau krijgt? Het was natuurlijk veel te gek, veel te duur en ik stond met een mond vol tanden. Maar we waren dolenthousiast en ik verheug me nu al op het lange weekend in September. Wij zijn er al 4x geweest maar voor Paula en Gerard is het de premiere. Dus om Paula in de sfeer te krijgen, zetten wij nu elke dinsdag een Disney-film op. Paula heeft namelijk wat vooroordelen over tekenfilms en dus proberen haar wat kennis bij te brengen in de Disneyologie.. Waren de aflopen weken Lion King en Monsters Inc. aan de beurt, vanavond had ik Doornroosje gepland. Maar de avond verliep anders dan ik had verwacht. Wim had avonddienst en zou pas tussen 9 en half 10 thuiskomen en terwijl Paula in de huiskamer karaoke liedjes stond te kwelen, stond ik in de keuken te kokkerellen. Wij aten die avond Chinese tomatensoep, loempia en een Indische gehakttaart. Wim kwam thuis en we konden lekker gaan eten. Lekker burgerlijk met de bord op schoot en de DVD in de speler, klaar voor Doornroosje. We hadden net de lichten uitgedaan en de film draaide net. BBBBBBBBZZZZZZZZZ, ja hoor… Een mug. BBBBZZZZ en nog een… en nog een. Ik werd er kriegel van en deed de lichten weer aan… En geloof het of niet, ik heb zeker 30 muggen doodgeslagen. Zie je wel, dat komt vast door mijn log van gisteren waarin ik schreef dat ik geen medelijden met muggen had. Mijn log van gisteren is natuurlijk in de muggencourant verschenen en nu werd ik letterlijk geterroriseerd door die beesten die maar een doel voor ogen hadden: WRAAK, en ze moeten natuurlijk constant mij hebben. Want Wim bleef onverstoord lekker van zijn eten genieten en Paula wuifde slechts een paar keer, terwijl ik woest om mij heen sloeg en door de kamer heen rende. Weer een mug, weer een mug… Ik kan niet zeggen dat ik echt lekker heb gegeten en van de film kwam niets meer. Paula schrok trouwens ook van de wilde blik in de ogen en ging maar snel naar huis. Uit pure ellende en onder de muggenbulten ben ik naar bed gegaan waar onze slaapkamer, God zij dank, mugvrij was.

Ik wil toch nog even verder gaan op mijn log van gisteren. Want blijkbaar ben ik niet de enige die over (bijna) aangereden dieren nadenkt, getuigende de reacties. Sarjenka heeft bijna een duif geschept en Stephanie was getuige van een platgereden eend. Ook was de vraag waarom wij een vogel wel erg vinden maar een mug bijvoorbeeld niet. Nu heb ik absoluut geen medelijden met muggen. Regelmatig sla ik er een dood na een woeste nachtelijke achtervolging door onze slaapkamer. Eigen schuld, muggenbult!!! Bovendien zit onze auto vaak onder de muggenlijkjes als Wim weer eens na een avonddienst van Emmeloord naar Lelystad rijdt. De eerste aanrijding met dier weet ik nog goed. Ik was 11 jaar en wij gingen verhuizen van Amsterdam naar Lelystad. En ik mocht mee rijden in die grote stoere verhuiswagen. In die tijd bestond de A6 nog niet en de enige verbindingsweg tussen Amsterdam en Lelystad was de oude Oostvaardersdijk. Ik zat daar hoog en droog en had prachtig uitzicht over het Markermeer en de Oostvaardersplassen. Helaas ook op die eend die aan kwam vliegen en de naderende vrachtwagen niet gezien had. KWAK.. Dag eendje, hij kwam hardhandig in aanraking met de grill van de auto. Een paar jaar later was het weer raak. Het gezinnetje ging gezellie een dagje naar familie in Amsterdam. Wij reden op de A1 ten hoogte van de Maxis. Dit keer was het een musje. Hij vloog met een vaart tegen de voorruit aan en bleef met zijn koppie tussen de ruitenwisser steken, heel knap gedaan. Mijn moeder begon hysterisch te gillen: "Haal hem weg, haal hem weg…" Tja, wat moest mijn vader doen? Juist, hij zette de ruitenwissers aan. Maar het musje zat goed vast. Het slappe lijfje bungelde in hetzelfde tempo de ruitenwissers achterna. Heen en weer… Heen en weer. Heel grappig als het niet zo morbide was. Wat het meeste indruk op mij heeft gemaakt, gebeurde tijdens een autorijles. Wij reden in Harderwijk, aan het stuur zat een meisje die net haar laatste les had voordat ze rij-examen moest doen. Wij reden rustig door een woonwijk met struiken aan beide kanten. Ineens een bonk, ik dacht dat we over een steen waren gereden. Toen ik door de achterruit heen keek zag ik een kat op de weg leggen. Wij stopte en stapte uit. Het meisje dat reed zag lijkbleek. Ze was recht over de kat gereden, maar het arme beestje was niet dood. Het beest krijste verschrikkelijk en plukken haren vlogen wild alle kanten op terwijl het beest lag te kronkelen en spartelen terwijl het af en toe wel een meter hoog van de grond kwam. De eigenaar van de kat kwam aangerend, die had alles gezien. Deze kon alleen maar huilend toezien hoe de spasmen van het beestje steeds minder werd totdat het uiteindelijk uit zijn lijden was verlost en overleed. U kunt wel begrijpen dat zoiets een behoorlijke traumatische ervaring is voor een automobilist in spe. Later hoorde ik dan ook dat ze was gezakt voor haar examen. Zelf heb ik gelukkig maar een keer een dier aangereden. Wij kwamen terug uit Friesland, familiebezoek. Het was behoorlijk laat geworden, het was gezellig en Wim had een paar biertjes op en lag heerlijk naast mij te ronken. Het was behoorlijk mistig en men zag amper een hand voor ogen. Op de A6 werd de mist gelukkig was minder zodat ik de snelheid wat op kon voeren. Maar ineens dook een jong konijntje de weg op. Het was te laat, ik kon hem niet meer ontwijken. Ik vond het zo zielig. Huilend heb ik Wim toen wakker gemaakt, dat ik een moordenaar was en een lief jong konijntje had vermoord. De blik in Wim’s ogen was voldoende. Ik moest me niet zo aanstellen. Gelukkig zijn wij bespaard gebleven van verdere aanrijdingen (afkloppen…). Dus als je zo de weg opgaat, rij voorzichtig.