Sinds ik een klein Jefje was ben ik al bezig met muziek. Althans met muziek luisteren. Al na 15 lessen op een elektronisch orgel besefte ik dat ik nooit een ster muzikant zal worden en nadat je mij eenmaal hebt horen zingen, wil je dat nooit meer. Maar muziek kan mij wel in extase brengen. Dus stort ik me op het muziek luisteren. Al sinds mijn jeugd ging al mijn zakgeld op aan singletjes. Elke vrijdag als ik mijn zakgeld had gehad, haastte ik mij naar de platenwinkel. Nadat de nieuwe top-40 bekend werd, werden de oude singles in de uitverkoopbak geplaatst en dan waren ze maar 4 voor 5 gulden. En zo werd mijn geduld toch nog beloond. Maar je moest er natuurlijk snel bij zijn want de leukste single’s waren natuurlijk snel weg. Op bepaalde single’s wilde ik niet wachten. Ik was dol op de meidengroepen en stond vooraan als er weer een nieuwe single van Luv’ uit kwam.

Het gekke is dat ik bij bepaalde liedjes nog steeds weet waar ik hem gekocht heb of wat er gebeurde toen ik het nummer voor het eerst hoorde. “Zoek jezelf” van Van Kooten en De Bie was mijn eerste single. Met “Het Smurfenlied” van Vader Abraham lag ik 6 weken met jeugdreuma in het ziekenhuis. En zo kan ik wel even doorgaan met de muzikale herinneringen van mijn leven. Sommige zijn leuk, sommige zijn verdrietig. Ik hoor een bepaald nummer en ik zie de oude beelden als een film in mijn hoofd voorbij gaan, hoor de stemmen, ruik de geur. Natuurlijk is de ene herinnering sterker dan de ander. Er zijn dan ook liedjes die ik (nog) niet kan horen, omdat de herinneringen te sterk zijn. Deze herinneringen zou ik eigenlijk met anderen willen delen, het zou zo zonde zijn als ze verloren gaan. Maar sommige herinneringen zijn te intens om te delen, zelfs niet met mijn geliefden. Die herinneringen zitten diep verborgen in een kamertje van mijn hart, maar soms ontsnapt er eentje bij de tonen van dat ene liedje. En een beetje melancholisch zing ik mee, ik sluit mijn ogen en kijk naar de film die zich aan het binnenkant van mijn ogen speelt…

Omdat thuis zitten met dit hete weer niet echt een optie was besloten wij vandaag om er op uit te trekken. Ik vind het leuk om een uitje te plannen en Wim daarmee te verrassen. Dus had ik dit keer het Bijbels Openluchtmuseum voor ogen. Iets waar Wim al een hele tijd naar toe wil, maar dit is een van die uitjes die er eigenlijk nooit van komt. Tot vandaag dan. De afstand tussen Lelystad en Nijmegen is behoorlijk en al die tijd zit ik heerlijk koel in de auto met airco. En het Museum bevindt zich in bosrijk gebied dus voldoende schaduwplekjes om te schuilen.

Ik rij meestal op de bonnefooi en vindt snel de plek waar ik wezen moest. Ook dit keer reed ik er in een keer op af. Ik was wel de verkeerde kant van Nijmegen binnen gereden maar ach… wat langer in de koele auto was geen straf voor mij hoor!!! Het museum was behoorlijk rustig, want wie haalt het nu in zijn hoofd om met dit weer naar een museum te gaan? Het geheel is mooi opgezet. Men loopt langs een route en komt allerlei nederzettingen tegen. Een Jordaans dorp, gebedshuis, een Romeinse nederzetting en nog meer. Maar al snel kwam ik erachter dat dit soort tochtjes ondernemen met deze tropische temperaturen eigenlijk geen goed idee is. Reeds bij de eerste stop, Beth Juda voel ik dat het mis gaat. Mijn diabetes is de laatste tijd een flinke spelbreker, abnormale zweetaanvallen, droge mond, zware vermoeidheid zijn de symptomen waar ik veel last van heb, deze worden natuurlijk ook nog eens verergerd door de zon en hoge temperatuur. De hitte schijnt Wim niet te deren, hij vliegt van hot naar haar. Huisje in, huisje uit. IK heb geen puf en zoek een stukje schaduw die ik vind aan de rand van de nederzetting bij de ezelweide. Aan de andere kant van het hek staat een ezel die ook voor de hitte is gevlucht en uit staat te puffen. Ik aai het beest want tenslotte vindt ik ezels heel leuke dieren met die grote flaporen. Als hij wegloopt zie ik ineens dat hij niet aan het puffen was van de hitte, want het beest was in het bezit van een reusachtige erectie waar menig man penisnijd van zou krijgen… Ineens ben ik heel blij dat ik aan het andere kant van het hek stond… Helemaal veilig voel ik mij toch niet en zoek Wim op die ondertussen de geitjes heeft gevonden.

We lopen naar de volgende nederzetting, Karavanserai. Het fototoestel is in het bezit van Wim, en oh wat is mijnheer actief. Fotootje hier… fotootje daar…… Ik kan echt niet meer, het gaat helemaal mis. Het voelt of ik elk ogenblik mijn laatste adem kan uitblazen. “Wel lekker vroom”, denk ik nog, “wat is mooier dan te sterven in een Bijbels Museum”. Ik voel me hondsberoerd, mijn keel is gortdroog, mijn t-shirt is kletsnat en ik wil alleen maar zitten… zitten en drinken… veel drinken. Maar een kraampje langs de weg hier? Vergeet het maar! Blijkbaar hebben Bijbel-liefhebbers weinig dorst onderweg. Op een wegenkaart zie ik dat twee dorpen verder een restaurant zit, in de Romeinse Nederzetting. In de verte zie ik Wim druk in de weer om kamelen op de foto te zetten. De beesten staan rustig te poseren en Wim maakt daar dankbaar gebruik van. Ik heb niet eens meer de puf om naar hem toe te lopen en besluit in deze oude wereld gebruik te maken van de nieuwe techniek. Ik gebruik mijn GSM en vertel hem dat ik alvast doorloop naar het restaurant, hij gaat maar lekker door met foto’s maken. Ik zie hem daar wel.

Met mijn laatste krachten sjok ik naar het restaurant. Onderweg hoor ik een klein meisje tegen haar moeder zeggen: “Kijk mama, die mijnheer is in het water gevallen” Ik kijk naar beneden en ja, het had gekund. Mijn hele shirt is kletsnat. De verkoper in het restaurant zie ik ook met een scheef oog naar mijn shirt kijken. “Twee cola light…” Dat de twee glazen € 3,60 kosten kan mij niks schelen. Al waren ze € 100,= dan had ik het er nog voor over gehad. Binnen 10 seconden zijn de twee glazen leeg maar nog steeds is mijn dorst niet gestild. Ik bestel nog 1 glas cola light en een Spa rood. En ook deze koude versnaperingen glijden dankbaar door mijn keel. Als Wim later arriveert neem ik nog een glas cola light en een suikerarm sorbetijsje. Wim ziet de staat waarin ik mij bevindt en we besluiten dat het welletjes is geweest. Terug, heerlijk naar de auto met airco en zonder zwermen wespen om op de loop te gaan. Het museum is mooi maar niet met deze temperaturen, wij komen wel een andere keer terug, in december of zo!

Oh, ik haat de zomer… Echt waar, het komt uit het puntje van mijn tenen als ik ze: Ik haat de zomer. Ik haat de wespen, ik haat de muggen, ik haat mijn klamme werkplek achter het raam zonder airco, ik haat de hoge temperaturen, ik haat het t-shirt dat nat van het zweet rond mijn lichaam plakt, ik haat het lamlendige gevoel maar het meeste haat ik nog de slaaploze benauwde nachten.

Ieder jaar roep ik weer dat we een airconditioning moeten aanschaffen als ik heftig puffend op bed leg, niet in staat om maar iets te doen. Maar het komt er maar steeds niet van, maar dit keer neem ik mij voor om klaar te zijn voor het volgend jaar, gewapend met airco op slaapkamer en huiskamer.

Vannacht was het weer eens mis. Ik heb namelijk de achterlijke afwijking dat ik er niet tegen kan om warme lucht in te ademen. Dat is al een van de redenen waarom ik nooit een sauna neem. Oh, ik heb het wel enkele keren geprobeerd hoor, maar binnen een minuut ren ik in paniek naar buiten en dan niet door al het bloot en hangende vellen dat daar te zien. Nee, ik kan niet tegen warme lucht. Ik vind het al erg als ik tegen mijn dekbed, kussen of Wim adem en mijn eigen warme adem terug in mijn gezicht krijg. Maar terug naar vannacht, de slaapkamerraam stond wagenwijd open maar toch was het verschrikkelijk benauwd. Toch was ik in slaap gevallen maar na een uurtje werd ik helemaal in paniek wakker. Ik had het heel benauwd en kreeg amper adem. Het zweet gutste van mijn lichaam en ik raakte in paniek. Even dacht ik eraan om de rest van de nacht in de auto te bivakkeren. Motor en airco aan en stoel naar achteren. Uiteindelijk heb ik maar een ventilator van beneden gehaald en hem zo afstelt dat de wind vlak over ons heen woei, dat gaf wat soulaas dus heb ik de rest van de nacht redelijk geslapen.

Vandaag hou ik mij lekker kalm, maar omdat Wim vandaag moet werken en hij zijn portemonnee vergeten was (sukkel!!!) moest ik wel even boodschappen doen. Tja, veel kon ik toch niet halen. De koel-vriescombinatie is nog steeds kapot. Ik had gisteren Bosch gebeld maar er kan pas donderdag een monteur langskomen. Gisteren leek het er nog op of het vriesgedeelte nog een teken van leven gaf. De temperatuur stond op -4° maar vanmorgen stond ook deze op + 6° C. Tja, dat betekend dat we het vlees in de vries moeten opeten. Ik ga zo meteen dus 6 liter kippensoep maken, eten we vanavond shoarma en kipsate en weet ik wat nog meer… Tja, zonde om weg te gooien toch?

Maar goed, ik kom net terug van de winkels, even de markt over geweest. Lekkere verse kersen gehaald en natuurlijk een pitstop bij mijn favoriete notenbar. Ik ben verslaafd aan de cashewnoten in een knapperig korstje, maar ook de macadamia’s zijn niet te versmaden. Maar dit keer heb ik eens ouderwetse pelpinda’s gehaald en dan vanavond lekker truttig naar Jos Brink kijken terwijl hij de beelden uit de oude televisiedoos laat zien terwijl we knus op de bank apenootjes aan het doppen zijn. Ik ben zo dol op nostalgie. Vooral op die ouderwetse winters, schaatsen en kraampjes met koek en zopie… Oh, wat haat ik de zomer!

Vorige week zaten DE passagier en ik in de auto. Het was lekker weer, het zonnetje scheen, de vogeltjes floten en in de auto drong het aroma van versgemaaide gras door.
"Elke morgen leg ik een drol in de vorm van een penis "
Er viel een pijnlijke stilte. Pardon?? Ik keek opzij en daar keek mijn passagier mij verwachtingvol aan.
"Ja", ging het verder “Eerst twee kleine rondjes als de ballen en dan recht omhoog."
Tja wat zeg je daar op? “Geweldig, heb je je al ingeschreven voor het wereldkampioenschap kunstkakken?”
Nee, eigenlijk maar een ding: “Dat komt op mijn weblog”.
Mijn passagier kijkt mij verschrikt aan en dan eindigen we in een lachbui.
“Wees maar niet bang, ik zorg wel dat je anoniem blijft” stel ik de passagier gerust.

Een raar gegeven trouwens, waarom rust er nog zo’n taboe op het poepen? Het is een normaal lichamelijk proces. Iedereen doet het tenslotte, van de stratenmaker tot aan de koningin. Maar wat er daar achter die toiletdeur gebeurt blijft een groot geheim voor anderen. En waarom? Iedereen zegt “Ik heb zo heerlijk gegeten” maar ik hoor niemand zeggen “Ik heb zo heerlijk gepoept” terwijl het eerst het beginproduct is en het ander het eindproduct. En er valt zo veel te vertellen over dat toilet-bezoek. De ene is er binnen een poep en een scheet weer vanaf terwijl de ander er een relaxmoment van maakt. Ik ken zelfs iemand die muziek op het toilet heeft, zodra je het lichtknopje omgooit komen de zoet gevoosde klanken je al tegemoet en het toilet hangt er vol met leesvoer. Een vriend van ons had zijn toilet zelfs helemaal veranderd in een mini-Land van Laaf. En dan hebben we het nog niet eens over de medische achtergrond. De een heeft weer van die harde konijnenkeutels terwijl het er bij een ander weer uitspuit. Jantje gaat slechts een keer in de 4 dagen terwijl Pietje de hele dag de pot op kan.

De opmerking van mijn passagier maakte trouwens wel wat los want al snel praten we over de voorkeur voor een toilet met plateau of zo’n een waar je hoop meteen in het water valt. Tja, alletwee hebben hun nadeel, daar komen we achter. Als je een heeeeeel grote hoop moet heb je kans dat het plateau vol poept en de gevolgen zijn niet prettig, maar aan de andere kant heb je altijd de kans op een natte kont door opspattend water bij een wc zonder plateau. Het wordt nog een heel leuk gesprek over een niet allerdaags onderwerp. Eindelijk kan ik mijn eigen toilet-perikelen ongegeneerd met een ander delen. Wat een bevrijding! Zelf heb ik natuurlijk ook een “toilet-afwijking”. Ik ben namelijk nogal erg toilet vast. Ik ga absoluut niet op een vreemd toilet zitten en beperkt mijn toilet-territorium slechts tot een paar toiletten waarop ik ga zitten. Als ik bij een ander ben en ik voel een aandrang opkomen ga ik resoluut naar huis. En dat levert nogal wat nijpende momenten op want hoe dichter ik bij huis kom, des de heftiger wordt de kramp. Gelukkig gaat het meestal goed en een zucht van verlichting klinkt als ik op mijn eigen toilet zit. Oost West, de toilet thuis is toch het best.

Toch lijkt het alsof het taboe rond het toiletbezoek doorbroken wordt. Op de BBQ vorige week kwam het onderwerp op een gegeven moment ook op het poepen en vanmorgen in de trein ving ik ook een flard van een gesprek over dit onderwerp op. Zucht… Welke taboes blijven er nog over?