Vandaag heb ik een lekker druk Amsterdams dagje achter de rug. Ondertussen heb ik de PC van vriendin Jelly even overgenomen om mijn logje voor vandaag uit te werken. Want vanavond vieren wij de verjaardag van Jelly. Jelly woont in Beverwijk en aangezien Amsterdam mooi op de route ligt konden wij meteen even mijn oma met een bezoekje verblijden en daarna Frank oppikken die met ons mee zou rijden naar Jelly. Maar ik had ook nog een ander uitje in gedachten want al enkele weken wil ik eens naar de Noordermarkt die zich rond de Noorderkerk bevindt. Deze markt is gespecialiseerd in biologische producten, dus kaas, brood, groente en fruit, kruiden etc. Dat leek Frank ook wel wat dus hadden wij afgesproken dat wij hem om 12 uur zouden komen halen. Maar eerst dus naar mijn oma in die in verzorgingshuis woont. Wij zijn er op de bonnefooi naar toe gegaan. Mijn oma is 83 jaar en nog goed van geest. Wij nemen de lift naar de derde verdiepingen en bellen bij haar aan... Niemand thuis. Nee he. We druipen dus maar weer af richting lift. Maar als wij net in de lift staan hoor ik het bekende Jordanese stemgeluid van mijn oma. Jawel, mijn oma is opgegroeid in de Jordaan en dat is nog duidelijk te horen. Wij stappen dus de lift weer uit en tegelijker tijd stapt mijn oma uit de andere lift. Ze kijkt ons aan, maar het dringt in de eerste seconden niet door dat wij voor haar staan. Dan valt het kwartje. Oh jongens, wat vindt ik dat leuk... Kom snel binnen. Oma is altijd blij als haar kleinzoons komen. Ik heb gelukkig een oma die probeert mee te gaan met haar tijd. Ze had er dan ook helemaal geen problemen nrr toen ik voor mijn homoseksualiteit uitkwam en met Wim aankwam. Met veel liefde werd ook hij door haar geaccepteerd als volledige kleinzoon. Wel kon ik door de grond zakken toen ik voor het eerst met Wim bij haar op visite kwam en ze op serieuze toon vroeg: En wie is nu het vrouwtje? Oh, volgens mij is Jef dat wel! (Reactie Jef: Niet waar). Maar ach, nu kan ik daar wel om lachen. Oma was dus volledig in haar nopjes dat we er waren, dus ben ik even langs de bakker gegaan om gebak te halen. Hoewel ze normaliter amper wat eet, ging het gebak er in als koek. Met een kleine vertraging van 15 minuten kwamen we bij Frank aan. We pikte hem op en zette de auto net buiten de betaalzone neer. Ik heb geen zin om zo’n 2 euro per uur te gaan betalen om te parkeren aan de rand van de stad. Dus de auto verder geparkeerd waar het nog gratis is en naar de tramhalte gelopen. Natuurlijk ging de tram net voor onze neus weg. Plotseling valt onze oog op een zenuwachtig ogend mannetje dat bij de halte staat. Dik in de 40, kalend, spitse neus en een bril die in de jaren zestig niet had misstaan. Plotseling begint hij te rennen. Hij rent hard aan ons voorbij. Wat doet die vent? De tram is nog in geen velden of wegen te bekennen. Maar vanuit de tegenovergestelde richting komt er een andere tram aan. De kale man haalt zijn foto toestel te voorschijn en begint als een gek foto’s te maken van de aanstormende tram. Wanneer de tram op de halte tegenover ons is gearriveerd wordt het voertuig vanuit alle kant driftig gefotografeerd. En dan zet de tram zich langzaam in beweging, de man schrikt en rent naar voren, terwijl hij aan ons voorbij schiet voel ik een windvlaag langs me heen gaan. Goedkope aftershave denk ik. Past bij de man. Hij heeft er duidelijk de pee in dat hij niet meer foto’s kan maken. Gelukkig hoef ik niet meer aan hem te denken want onze tram komt eraan, die net zoals altijd weer overvol is. Vanuit de verte doemt de Noordermarkt op, eindelijk. Ik heb mij al helemaal ingesteld op heerlijk geurend brood, fruit etc. Maar wat een domper, ik loop door de eerste rij kraampjes maar het enige wat ik tegenkom zijn oude kleding, tweedehands cd’s en antiek. Ja, Wim is danig in zijn nopjes, die houdt wel van antiek en neust tussen al die spullen. Maar ik ben zwaar teleurgesteld. Met pijn in mijn rug van de lange tippel van de Dam naar de Jordaan en teleurgesteld plof ik op een bankje naar een mevrouw met hoofddoekje en kind. Ik kijk uit op een speelterrein en zie hoe een aantal kinderen aan het spelen zijn bij een klimrek met glijbaan. Mijn ogen glijden af naar die kinderen die nog heerlijk onbedorven met elkaar spelen. Het weer is prachtig en het is een mooi plaatje. Dan komt er een klein kind aangerend dat mee wil spelen. Nou ja spelen, het kleine blonde meisje van 4 jaar terroriseert de hele boel. Hard gillend en met wilde blik in de ogen rent het kind achter twee andere meisjes aan die zeker een paar jaar ouder zijn. Ze schrikken van dit jonge wilde wief en eentje vlucht in de touwen maar het doldrieste kind laat zich niet afschepen en wild schreeuwend pakt ze het vluchtend meisje bij de broek die al snel op de enkels hangt. De moeder van het rare kind zit erbij en kijkt erna. Ondertussen lopen we verder over de markt. Gelukkig heb ik mij vergist want in het deel waar ik nu loop staan wel de kaas, groente en brood-tentjes en al snel struin ik van het ene kraampje naar het andere. Ik zie zoveel lekkere dingen. Al snel heb ik een pond biologische kersen, verse melk uit de boerderij, linde-honing en kiwi-jam in mijn tas. Maar we moeten ook nog even op zoek naar een cadeautje voor Jelly. Op de eeuwenoude vraag “Wat wil je voor je verjaardag?” antwoordt ze met het sluwe “Iets dat kenmerkend is voor onze vriendschap”. Ja hallo, lekker vaag. Wat moet je daar nu mee? Jelly’s relatie is nog niet zo lang geleden verbroken en sinds die tijd heeft ze zich verdiept in het esoterische en daarvan is op deze markt genoeg te vinden. Frank koopt heerlijke wierrook met een mooie houder erbij en ons oog valt op een geurkegel van Belgisch aardewerk. Aan de onderkant kan men daar esoterische olie indoen dat zich verspreidt via het aardewerk. En terwijl ik hier in de werkkamer van Jelly mijn log voor vandaag upload, vindt er boven een ware geurexoplosie van wierrook en sinasappel-olie plaats.

Ik sta midden in de bibliotheek en kijk om mij heen. Zo zeg, wat een enorme ruimte. Ik zoek natuurlijk de CD-afdeling op en neus lekker tussen de schijfjes. En plotseling zie ik hem, een CD van Luv’ die ik nog niet in mijn collectie heb. Hebberigheid maakt mij meester. Snel draai ik de hoes om om te kijken welke nummer er op staan. Maar mijn teleurstelling is groot, het blijkt een cd-single te zijn en er staan slechts 4 nummers op die ik al allemaal heb. Opeens moet ik nodig plassen. Ik loop door de reusachtige ruimte op zoek naar het toilet. En dan valt het mij op, als ik om mij heen kijk zie ik alleen maar oude mensen met krukken of in een rolstoel. Eindelijk heb ik het toilet gevonden en doe de deur met een ruk op. Ik beland in een halletje met twee toilettenruimtes en beide deuren staan wijd op. Op het ene toilet zit een oud mannetje met zijn broek naar beneden op de pot. In zijn hand heeft hij zijn kunstgebit die hij driftig met een klein tandenborsteltje poetst. Naast hem staat zijn vrouw, ze kijkt me aan maar zegt geen woord. Ik kijk in de andere ruimte, daar staat een oude vrouw met een looprekje dat probeert te douchen. Shit, ik moet toch wel heel erg nodig plassen, wat moet ik toch doen. Dan herinner ik mij dat aan de andere kant van de bibliotheek nog een toiletruimte is. Ik trek een sprintje want mijn blaas geeft mij weinig respijt meer. Gelukkig deze is vrij. Bril omhoog en ik begin te plassen. Maar waar is dat heerlijk bevrijdend gevoel van het legen van een volle blaas? Ik voel niks, ik kijk nog eens naar beneden en ja hoor, ik plas… Hoe kan dat nou? Met een schrik zit ik rechtop in bed. Voorzichtig voel ik om mij heen, gelukkig mijn bed is nog droog. Maar ik moet wel nodig plassen. Met een duffe kop strompel ik naar het toilet en leeg mijn blaas. Heh, wat een opluchting. Terug op de slaapkamer kijk ik op de wakker, 6 uur. Hmmm, ik kan nog een uurtje liggen voor de wekker gaat. Eenmaal in bed denk ik na over mijn droom, het komt de laatste tijd wel vaker voor dat ik droom dat ik aan het plassen ben, gelukkig gaat het altijd net op tijd goed. Maar vandaag of morgen gaat het fout en dan wordt ons waterbed een bewaterd-bed. Misschien moet ik ’s avonds dan toch maar wat minder drinken.

Na een aantal zeer warme zomers achter de rug te hebben, stelt het weer mij dit jaar een beetje teleur. Want zeg nu eerlijk, tot nu toe hebben wij een kwakkelzomer. Ik bedoel, je weet toch niet meer hoe je je moet kleden? Neem voor de grap alleen maar de weersvoorspelling voor vandaag: 21 tot 24 graden, maar tevens kans op regen, hagel en onweer… Dus stond ik vanmorgen in dubio. Trek ik een jas aan? Neem ik een plu mee? Na lang dubben toch maar eens schietgebedje gedaan en alleen in t-shirt (en broek en schoenen natuurlijk) richting het station vertrokken. Ik hoop nu niet dat ik vanavond als een verzopen kat thuis kom. Hoewel de zomer niet echt door wil zetten, gaat het wel goed met een van de zomergruwels. Muggen. Ik schijn een heel favoriet hapje te zijn want met grote regelmaat sta ik bij ze op het menu. Van de week had zo’n onding zijn prikslurf al in het randje van mijn oor gestoken. Het gevolg: een dik en jeukend oor. Maar ook gisterenavond was het weer raak, zeker 3 – 4 gestoken en op een gegeven moment wordt je paranoïde en ik voel over mijn hele lichaam die bloedzuigers lopen. Het kan dan wel een kwakkelzomer zijn, maar op die momenten verlang ik toch echt naar de winter.

Waarom doe ik dat nou? Niet verstandig… Maar goed, ook deze keer kan ik het niet laten. Dom, dom Jefje… Je hebt alleen jezelf ermee. Maar dit keer is het Paula d’r schuld. Zij wil het, ik niet… Ik laat me niet kennen en volkomen nonchalant…. Doe ik de DVD in de speler. Ja, ik heb het hier over een filmpje kijken, maar niet zomaar een film. Nee, een horrorfilm. Wat dat betreft ben ik een echt mietje. Ik kan namelijk niet tegen spannende films. Als kind al niet. Nog regelmatig klinkt het hoongelach als mijn familie vertelt hoe ik vroeger achter de stoel wegkroop als Eucalypta in Paulus de Boskabouter over het scherm vloog. En nu is het nog niet anders. Ik leef volkomen mee met een film, dat is ook een van de reden dat ik namelijk geen drama kijk. Ik moet dan vechten tegen de tranen en voel me nog lang depri. Maar het ergste zijn dus de horrorfilms. Gisterenavond was het dus tijd voor de film 13 Ghosts, een spannend verhaal waar een gezin opgesloten wordt in een huis met een aantal moordlustige spoken. De film begint en ik heb zo’n gevoel van “dit wil ik eigenlijk niet”. Maar net zoals bij een achtbaan vindt je het eng en spannend tegelijk. En inderdaad hoor, de film kent een aantal schrikmomenten. Gelukkig heb ik hulp van mijn blaas die altijd een seintje geeft als het echt heel spannend gaat worden. “Ik moet even plassen hoor”. Dat hielp altijd goed want als ik terugkwam was het spannende stuk al voorbij. Maar tegenwoordig hebben ze de pauze-knop ontdekt zodat ik bij terugkomst alsnog mee mag genieten van de volgende onthoofding of ander gruwel. Gelukkig heb ik nog altijd de rug van Wim waarachter ik kan schuilen als het echt eng wordt.