Ik wil toch nog even verder gaan op mijn log van gisteren. Want blijkbaar ben ik niet de enige die over (bijna) aangereden dieren nadenkt, getuigende de reacties. Sarjenka heeft bijna een duif geschept en Stephanie was getuige van een platgereden eend. Ook was de vraag waarom wij een vogel wel erg vinden maar een mug bijvoorbeeld niet. Nu heb ik absoluut geen medelijden met muggen. Regelmatig sla ik er een dood na een woeste nachtelijke achtervolging door onze slaapkamer. Eigen schuld, muggenbult!!! Bovendien zit onze auto vaak onder de muggenlijkjes als Wim weer eens na een avonddienst van Emmeloord naar Lelystad rijdt. De eerste aanrijding met dier weet ik nog goed. Ik was 11 jaar en wij gingen verhuizen van Amsterdam naar Lelystad. En ik mocht mee rijden in die grote stoere verhuiswagen. In die tijd bestond de A6 nog niet en de enige verbindingsweg tussen Amsterdam en Lelystad was de oude Oostvaardersdijk. Ik zat daar hoog en droog en had prachtig uitzicht over het Markermeer en de Oostvaardersplassen. Helaas ook op die eend die aan kwam vliegen en de naderende vrachtwagen niet gezien had. KWAK.. Dag eendje, hij kwam hardhandig in aanraking met de grill van de auto. Een paar jaar later was het weer raak. Het gezinnetje ging gezellie een dagje naar familie in Amsterdam. Wij reden op de A1 ten hoogte van de Maxis. Dit keer was het een musje. Hij vloog met een vaart tegen de voorruit aan en bleef met zijn koppie tussen de ruitenwisser steken, heel knap gedaan. Mijn moeder begon hysterisch te gillen: "Haal hem weg, haal hem weg…" Tja, wat moest mijn vader doen? Juist, hij zette de ruitenwissers aan. Maar het musje zat goed vast. Het slappe lijfje bungelde in hetzelfde tempo de ruitenwissers achterna. Heen en weer… Heen en weer. Heel grappig als het niet zo morbide was. Wat het meeste indruk op mij heeft gemaakt, gebeurde tijdens een autorijles. Wij reden in Harderwijk, aan het stuur zat een meisje die net haar laatste les had voordat ze rij-examen moest doen. Wij reden rustig door een woonwijk met struiken aan beide kanten. Ineens een bonk, ik dacht dat we over een steen waren gereden. Toen ik door de achterruit heen keek zag ik een kat op de weg leggen. Wij stopte en stapte uit. Het meisje dat reed zag lijkbleek. Ze was recht over de kat gereden, maar het arme beestje was niet dood. Het beest krijste verschrikkelijk en plukken haren vlogen wild alle kanten op terwijl het beest lag te kronkelen en spartelen terwijl het af en toe wel een meter hoog van de grond kwam. De eigenaar van de kat kwam aangerend, die had alles gezien. Deze kon alleen maar huilend toezien hoe de spasmen van het beestje steeds minder werd totdat het uiteindelijk uit zijn lijden was verlost en overleed. U kunt wel begrijpen dat zoiets een behoorlijke traumatische ervaring is voor een automobilist in spe. Later hoorde ik dan ook dat ze was gezakt voor haar examen. Zelf heb ik gelukkig maar een keer een dier aangereden. Wij kwamen terug uit Friesland, familiebezoek. Het was behoorlijk laat geworden, het was gezellig en Wim had een paar biertjes op en lag heerlijk naast mij te ronken. Het was behoorlijk mistig en men zag amper een hand voor ogen. Op de A6 werd de mist gelukkig was minder zodat ik de snelheid wat op kon voeren. Maar ineens dook een jong konijntje de weg op. Het was te laat, ik kon hem niet meer ontwijken. Ik vond het zo zielig. Huilend heb ik Wim toen wakker gemaakt, dat ik een moordenaar was en een lief jong konijntje had vermoord. De blik in Wim’s ogen was voldoende. Ik moest me niet zo aanstellen. Gelukkig zijn wij bespaard gebleven van verdere aanrijdingen (afkloppen…). Dus als je zo de weg opgaat, rij voorzichtig.

Vanmorgen zat ik weer helemaal in mijn oude stramien van slapen, werken, vanavond weer naar huis gaan, eten, slapen… etc. Nog een weekje en dan heb ik gelukkig een weekje vakantie.   Met een slaperig hoofd pakte ik een van de laatste Metro’s uit de bak. Ik moest een beetje doorlopen want ik was wat aan de late kant en had nog anderhalf minuut voor de trein zijn fluitsignaal zou geven en van Station Lelystad zou vertrekken. Ik settelde mij op mijn favoriete plekje, het klapstoeltje op de bovenste verdieping van de dubbeldekker. De Metro was vandaag vrij dun en stond bovendien gevuld met flutnieuws dus die had ik binnen no-time aan de kant gelegd.   Ik tuurde wat naar buiten en mijn gedachten vlogen alle kanten op. Plotseling viel het mij op, er zaten verfspetters op het raam. Mooie donkerrode verf… Maar het duurde even voor het kwartje viel. Dit was geen verf, aan de kleur en het patroon van de spetters te zien moest dit opgedroogd bloed zijn. Waar kwam dit vandaan? Dit was zeker niet van een zelfmoord-konijn dat een aanloopje nam, hoog met de trein in aanraking kwam en er van mijnheertje Langoor niets meer overbleef van een bloedvlek en dwarrelende pluisjes. Nee, dat kon het niet zijn. Het moest een vogel zijn geweest. "Vanmorgen vloog ze nog", was het eerst wat er bij mij opkwam. Het was vast een jong vogeltje geweest, nog maar net een paar dagen uit het nest. "pas je goed op met oversteken", had mama Vogel nog getjilpt. "Ja mam" tjilpte het jong verveeld terug. U weet hoe het gaat. "Zoals de ouders zongen, zo piepen de jongen" gaat helaas niet op voor uitvliegend kroost. De jonge Vogel vloog heerlijk door het open land, over akkers, langs wegen, langs het spoor, langs…. Flatsj.. Tegen het gevaarte dat met 140 km/sec. voorbij zoefde. Veel zal hij er niet van gevoeld hebben en het rood van zijn bloed vermengde zich met het hippe geel en blauw van de trein… Vanmorgen vloog ze nog! Ja, de trein is een wreed vervoersmiddel.

Vandaag moest een dag worden van lol en plezier. Dan heb je mazzel dat je dicht bij een pretpark woont en ook in het bezit bent van een seizoenspas. Dus, zus en gezin opgetrommeld en met zijn vijven richting Veluwemeer vertrokken, naar Six Flags. Het weer was niet echt geweldig. Het zonnetje bleef weg en de lucht zag er wat deprimerend en grauw uit. Niet echt het weer waarbij half Nederland lekker in het pretpark hangt. Dat viel bij aankomst best wel tegen. Het was redelijk druk op de parkeerplaats, dus moesten we een eindje lopen naar de entree. Binnenkomen bij Six Flags is bijna al een attractie op zich, want bij de entree staat die oude man die van de kaartjes controleren al een hele show maakt. Altijd heel grappig hoe hij de mensen in de maling neemt. Ook mijn pas wordt overdreven uitvoerig gecontroleerd, maar voor de rest worden met mij geen geintjes uitgehaald.   Dit zou best wel eens het laatste jaar kunnen zijn dat wij voor een habbekrats een seizoenspas kunnen kopen, want het park is onlangs verkocht aan een ander bedrijf. Alle Six Flags parken in Europa trouwens, met uitzondering van die ene bij Barcelona. Op het internet gaan al een aantal geruchten de ronde hoe het nieuwe park gaat heten. Ik heb trouwens een goede en toepasselijke naam gevonden, Six Wesps. Wat namelijk een leuk uitje in het pretpark moest worden werd in werkelijkheid bijna een nachtmerrie. Het park was vergeven van de wespen. Het leek ook bijna een scène uit een oude horror-film. Overal om mij heen zag ik mensen om zich heen slaan of op de loop gaan voor die beesten. Vooral in de buurt bij de afvalbakken was het raak, tientallen van de beesten zwermde in en uit de bakken. Zelf ben ik ook als de dood voor die beesten, net zoals mijn zus, zwager en nichtje. Regelmatig trokken wij een spurtje, maar deze zwart-gele belagers waren zeer volhardend en zette de achtervolging in, landde op je hoofd of vlogen tegen je neus aan. Prettig is anders.   Wij probeerde onze zinnen te verzetten in El Rio Grande, je kent ze wel. Die bakjes op luchtkussen waarbij je een “woeste rivier” afvaart en heel hard lacht als iemand anders nat wordt. Ik ben hier al menige malen in geweest en de woeste rivier stond altijd garant voor veel leedvermaak. En ach, als ik zelf nat werd kon ik er ook wel om lachen. Maar dit keer verliep alles anders. Er stond namelijk een zeer jong en ambitieus opzichtertje die de bakjes volpropte met de volle 8 personen of de mensen het wilde of niet. Dus ongevraagd kregen ook wij 3 vreemde mensen in onze bakjes. Zo’n band bestaat uit vier bakjes voor 2 personen. Nu ben ik vrij lang en redelijk breed en de bakjes uiterst krap, dus zat ik opgepropt in het bakje naast een wild vreemde. Okay, daar gingen wij, van de glijbaan af richting de woest kolkende river. Van wat er toen gebeurde schrok ik mij wild. Het bakje van mijn zus maakte bij het te water gaan zo’n diepe duik in het water, dat een deel van haar bakje onder water verdween en het water kolkte naar beneden. Even had ik het gevoel of we gelijk de Titanic naar de bodem zouden zinken terwijl Celine Dion vanaf de oeverkant “My heart will go on” zou kwelen. Gelukkig kwam het bakje weer boven water, maar mijn zus en de vreemde meneer in haar bakje hadden dus een de schrik van hun leven en waren vanaf hun middel zeiknat. Het was duidelijk dat de luchtkussens wel wat meer lucht kon gebruiken. Want onderweg werd regelmatig veel water geschept. Wij kwamen dus allemaal met een kletsnatte broek en behoorlijk geschrokken uit de bakjes. Wij hadden het volkomen gehad, met natte broek en een kolonie wespen in ons kielzog vertrokken wij uit Six Flags. Voorlopig heb ik wel weer genoeg “plezier” gehad.

Ik zie ballen!!! Gele, groene, gele, blauwe en witte. Ik doe mijn ogen dicht en zie ze in een rijtje voorbij schuiven. Jawel, sinds een aantal weken zijn wij hier verslaafd aan een computertje spelletje.Zuma is de naam. De bedoeling van het spel is om een rijtje van ballen die in bepaald traject volgt weg te schieten, voor deze het einde bereikt. De ballen hebben verschillende kleuren en ze verdwijnen alleen als er drie van op een rijtje liggen.   Vroeger had ik de computer lekker voor mij alleen, de computer hoeft voor Wim niet zo heel erg. Maar dit spelletje vindt hij heel leuk en dat is balen want vaak is de computer nu “bezet”. En met een schuin oog kijk ik af en toe of Wim niet naar het toilet moet of zo, zodat ik snel zijn plekje kan innemen onder het mom van “weggegaan is plaats vergaan.” Ondertussen zijn we beiden ervaren Zuma-spelers, maar op een gegeven moment zaten we beiden vast op een rot-level, level 9. Zeer frustrerend! Van de week stond ik in de keuken, toen er een schreeuw uit de huiskamer kwam. Wim was voorbij level 9, voorbij level 10, voorbij level 11. Als een boer met kiespijn heb ik hem gefeliciteerd, maar van binnen zat ik mij te verbijten.  Nu kan ik heel goed tegen mij verlies, maar normaal ben ik degene die altijd wint met computerspelletjes. En nu ben ik verslagen door…. Een digibeet… Het is toch te zot voor woorden. Vandaag moest Wim werken. De computer was dus lekker voor mij alleen. Vanmiddag ging ik er even goed voor zitten… Verstand op nul en geheel geconcentreerd stortte ik mij op de ballen. Level 9-1, 9-2, 9-3, 9-4, 9-5… en weer af…. Dit is toch ongelofelijk… Woest klik ik het spelletje weg en net op dat moment gaat de telefoon. Wim aan de andere kant. Op een sarcastische toon: “Wil het een beetje lukken met Zuma”? Hoe krijgt die jongen het toch voor elkaar, is hij telepathisch of zo? Ik besluit om niet te rusten voor ik voorbij level 9 ben. Met het zweet op mijn voorhoofd tuur ik naar het scherm en zie de ballen voorbij komen. Met vaste hand doorloop ik de levels… 9-7, ik zit nu de laatste ronde van level 9 en heb geen levens meer… Mijn hart zit in mijn keel, ik moet het.. ik moet het… JJJJJAAAAAAA!!! Yes, yes, yes… Ik ben blijer dan een kind. Het lijkt verdorie wel of ik het Asteken goud van (Monte)zuma heb gewonnen. Ik geef toe, ik ben een klein beetje verslaafd… maar voorbij level 9.